Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Venezuela tot herstel der diplomatieke betrekkingen tussen beide landen· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 23 februari 1921

De Heer H. THIELEN zal voor de bevoegde Venezolaansche Gerechten de aanspraken jegens den Venezolaanschen Staat kunnen doen gelden, gegrond op de verliezen, die hij beweert, dat de firma H. THIELEN & Co. geleden heeft ten gevolge der gebeurtenissen, welke in Caracas hebben plaats gehad op 13 en 14 December 1908. De Hooge Contracteerende Partijen komen overeen, dat er geen aanleiding tot diplomatieke interventie zal bestaan, behoudens in het geval van rechtsweigering of klaarblijkelijke onrechtvaardigheid. Indien de Nederlandsche Regeering van meening is, dat een dezer gevallen zich heeft voorgedaan, dan zal zij zulks ter kennis brengen der Regeering van Venezuela. Indien de Hooge Contracteerende Partijen ter zake niet tot overeenstemming kunnen geraken, dan zal het geschilpunt onderworpen worden aan de uitspraak van een scheidsgerecht, bestaande uit drie rechtsgeleerden. Ieder der Hooge Contracteerende Partijen zal eenen scheidsman aanwijzen en de aldus benoemde scheidslieden zullen den derden aanwijzen. Indien de Hooge Contracteerende Partijen het niet eens kunnen worden ter zake der regeling der arbitrale procedure, dan zullen de voorschriften gevolgd worden vervat in de Haagsche Conventie van 29 Juli 1899 voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen. Insgelijks zullen de bepalingen der genoemde Conventie worden gevolgd bij de keuze van den derden scheidsman, voor het geval, dat de beide scheidslieden met betrekking tot deze keuze niet tot overeenstemming zouden kunnen geraken.

Rechtspraak bij dit artikel