Alle goederen of handelsartikelen, hetzij voortbrengselen van den grond of van de nijverheid der Vereenigde Koningrijken, of wel van elk ander land, van welke de invoer in de havens van het Koningrijk der Nederlanden in Europa, met Nederlandsche schepen wettig geoorloofd is, zullen insgelijks met Zweedsche of Noorweegsche schepen, regtstreeks uit eene der havens van de Vereenigde Koningrijken in Europa komende, mogen ingevoerd worden, zonder aan hoogere of andere regten, onder welke benaming het ook zij, onderworden te zijn, dan wanneer de invoer dezer koopwaren en voortbrengselen met Nederlandsche schepen geschied ware.
Alle koopwaren en goederen, hetzij voortbrengselen van den grond of van de nijverheid der Nederlanden, of wel van elk ander land, van welke de uitvoer uit de Nederlandsche havens in Europa, met Nederlandsche schepen wettig geoorloofd is, zullen insgelijks door Zweedsche of Noorweegsche schepen, van waar ook gekomen, of waarheen ook bestemd, mogen uitgevoerd worden, zonder aan andere regten of hoogere lasten, onder welke benaming of van welken aard het ook zij, onderworpen te zijn, dan wanneer de uitvoer dezer zelfde koopwaren en goederen met Nederlandsche schepen geschied ware.
Artikel IV
Artikel IV
Onderdeel van Verdrag van scheepvaart en handel tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk van Zweden en Noorwegen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 26 november 1847