De behandeling, voorbehouden aan de nationale vlag in alles wat betrekking heeft op schepen en hunne lading, zal wederkeerig op alle punten en onder alle omstandigheden worden gewaarborgd aan de schepen der beide Hooge Contracteerende Partijen in het Koninkrijk der Nederlanden en zijne koloniën en bezittingen evenals in het Koninkrijk Noorwegen.
Van de bovenstaande bepaling wordt uitgezonderd de kustvaart, waarvan de regeling onderworpen blijft aan de respectieve wetten der beide Hooge Contracteerende Partijen. Evenwel is overeengekomen dat de schepen der beide landen op dit punt wederkeerig op denzelfden voet zullen worden behandeld als de schepen der meestbegunstigde landen.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verdrag van handel en scheepvaart tussen Nederland en Noorwegen· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 22 augustus 1913