De consuls-generaal, consuls en vice-consuls van elk der Hooge Contracteerende Partijen zullen van de plaatselijke overheden alle hulp en bijstand verkrijgen voor de opsporing, aanhouding en uitlevering van schepelingen en andere personen, deel uitmakende van de bemanning van oorlogs- of koopvaardijschepen van hun land, die gedeserteerd mochten zijn in eene haven, gelegen in het gebied van eene der Hooge Contracteerende Partijen.
Te dien einde zullen zij zich schriftelijk wenden tot de rechtbanken, rechters of bevoegde ambtenaren en, door overlegging van de scheepsregisters, monsterrollen of andere officieele bescheiden, of wel, indien het schip vertrokken is en hun dit onmogelijk is, door een behoorlijk door hen gewaarmerkt afschrift van bedoelde stukken, of indien dit onmogelijk is, door eene eenvoudige door hen af te geven verklaring, moeten staven dat de mannen, die zij opeischen, werkelijk deel hebben uitgemaakt van gezegde bemanning.
Bij eene aldus gestaafde aanvrage, zal uitlevering niet kunnen worden geweigerd.
Gezegde deserteurs zullen, wanneer zij zijn aangehouden, ter beschikking blijven van de consuls-generaal, consuls en vice-consuls en zullen zelfs op verzoek en op kosten van voornoemde agenten gevangen en in bewaring gehouden mogen worden in de gevangenissen van het land, tot op het oogenblik dat zij weder zullen worden overgebracht op het schip, waartoe zij behooren, of dat zich de gelegenheid voordoet om hen terug te zenden naar de landen van gezegde agenten op een schip van hetzelfde of eenig ander land.
Indien evenwel deze gelegenheid zich niet mocht voordoen binnen een tijdsverloop van twee maanden van den dag hunner aanhouding af, of indien de kosten hunner gevangenhouding niet regelmatig mochten worden voldaan door de partij, op wier verzoek de aanhouding heeft plaats gevonden, zullen gezegde deserteurs weder in vrijheid worden gesteld zonder dat zij opnieuw om dezelfde reden kunnen worden aangehouden.
Indien echter de deserteur bovendien te land eenig strafbaar feit mocht hebben gepleegd, zal zijne uitlevering door de plaatselijke overheden mogen worden uitgesteld totdat de bevoegde rechter behoorlijk uitspraak zal hebben gedaan over het laatste strafbare feit en het vonnis in zijn geheel zal zijn ten uitvoer gelegd.
Eveneens bestaat er overeenstemming over dat de bepalingen van dit artikel niet van toepassing zijn op schepelingen of andere personen, die deel uitmaken van de bemanning, voorzoover dezen onderdanen zijn van het land, waar de desertie heeft plaats gehad.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Verdrag van handel en scheepvaart tussen Nederland en Noorwegen· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 22 augustus 1913