Naar hoofdinhoud

DEEL I

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de zetel van het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2016

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder: „verdachte” een persoon die als zodanig in het Statuut wordt aangeduid; „bevoegde autoriteiten” de nationale, provinciale, gemeentelijke en overige bevoegde autoriteiten uit hoofde van de wet- en regelgeving en gebruiken van het gastland; „raadslieden” personen die als raadsman door het Mechanisme zijn toegelaten; „deskundigen die opdrachten voor het Mechanisme uitvoeren” de personen, anders dan functionarissen van het Mechanisme, die opdrachten voor het Mechanisme uitvoeren; „Algemeen Verdrag” het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 13 februari 1946, waartoe het Koninkrijk der Nederlanden op 19 april 1948 is toegetreden; „gastland” het Koninkrijk der Nederlanden; „ICTR” het Internationaal Straftribunaal voor Rwanda, ingesteld door de Veiligheidsraad ingevolge zijn resolutie 955 (1994); „ICTY” het Internationaal Joegoslavië Tribunaal, ingesteld door de Veiligheidsraad ingevolge zijn resoluties 808 (1993) en 827 (1993); „stagiairs” afgestudeerden of postdoctorale studenten of jonge professionals die niet tot het personeel van het Mechanisme behoren, maar door het Mechanisme zijn toegelaten tot het stage- of fellowshipprogramma van het Mechanisme om bepaalde taken voor het Mechanisme uit te voeren zonder daarvoor een salaris van het Mechanisme te ontvangen; „rechters” de rechters van het Mechanisme die in overeenstemming met artikel 10 van het Statuut zijn gekozen of benoemd; „Mechanisme” het Internationaal Restmechanisme voor straftribunalen, ingesteld door de Veiligheidsraad ingevolge zijn resolutie 1966 (2010); „ministerie van Buitenlandse Zaken” het ministerie van Buitenlandse Zaken van het gastland; „functionarissen van het Mechanisme” de president, de rechters, de aanklager, de griffier en het personeel van het Mechanisme; „partijen” de Verenigde Naties en het gastland; „terrein” de gebouwen, delen van gebouwen en gebieden, met inbegrip van installaties en faciliteiten die het Mechanisme in overleg met het gastland ter beschikking worden gesteld of door het Mechanisme worden onderhouden, betrokken of gebruikt in het gastland in verband met zijn taken en doelstellingen, waaronder de detentie van een persoon; „president” de president van het Mechanisme die door de Secretaris-Generaal in overeenstemming met artikel 11, eerste lid, van het Statuut is benoemd; „aanklager” de aanklager van het Mechanisme die door de Veiligheidsraad in overeenstemming met artikel 14, vierde lid, van het Statuut is benoemd; „griffier” de griffier van het Mechanisme die door de Secretaris-Generaal in overeenstemming met artikel 15, derde lid, van het Statuut is benoemd; „resolutie 1966” resolutie 1966 (2010) van de Veiligheidsraad, aangenomen op 22 december 2010, waarbij het Mechanisme werd ingesteld; „reglement van proces- en bewijsvoering” het in overeenstemming met artikel 13 van het Statuut aangenomen Reglement van proces- en bewijsvoering van het Mechanisme; „Secretaris-Generaal” de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties; „personeel van het Mechanisme” het personeel van de griffie zoals bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het Statuut en het personeel van het parket van de aanklager, zoals bedoeld in artikel 14, vijfde lid, van het Statuut; „Statuut” het Statuut van het Internationaal Restmechanisme voor straftribunalen dat als bijlage bij resolutie 1966 (2010) van de Veiligheidsraad is gevoegd; „Verdrag van Wenen” het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer gedaan te Wenen op 18 april 1961, waartoe het Koninkrijk der Nederlanden op 7 september 1984 is toegetreden; en „getuigen” personen die als zodanig door het Mechanisme zijn aangewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel