**1.** De leden van het personeel van het Mechanisme genieten de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten die nodig zijn voor de onafhankelijke uitoefening van hun functie. Zij genieten de voorrechten en immuniteiten die uit hoofde van de artikelen V en VII van het Algemeen Verdrag aan functionarissen van de Verenigde Naties worden toegekend, met inbegrip van de onderstaande wijzigingen en aanvullingen:
immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking en van inbeslagname van hun persoonlijke bagage;
immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle in hun officiële hoedanigheid gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na beëindiging van de uitoefening van hun functie bij het Mechanisme;
onschendbaarheid van alle officiële stukken en documenten in welke vorm en van welk materiaal dan ook;
vrijstelling van verplichtingen met betrekking tot militaire dienst;
tezamen met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding, vrijstelling van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie;
vrijstelling van belasting op de salarissen, emolumenten en vergoedingen die ter zake van hun dienstverband bij het Mechanisme aan hen worden betaald;
dezelfde voorrechten met betrekking tot valuta- en wisselfaciliteiten als welke worden toegekend aan functionarissen met vergelijkbare rang van diplomatieke missies die in het gastland zijn gevestigd;
vrijstelling van inspectie van persoonlijke bagage, tenzij gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de bagage artikelen bevat waarvan de invoer of uitvoer bij wet verboden is of waarop de quarantainevoorschriften van het gastland van toepassing zijn; in een dergelijk geval wordt een inspectie uitgevoerd in aanwezigheid van het betrokken lid van het personeel;
tezamen met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding, dezelfde repatriëringsfaciliteiten als die welke overeenkomstig het Verdrag van Wenen bij internationale crises gelden voor diplomatieke gezanten; en
het recht vrij van rechten en belastingen, behoudens betalingen voor verleende diensten, hun meubels en bezittingen in te voeren wanneer zij voor de eerste maal hun functie in het gastland aanvaarden, en deze meubels en bezittingen vrij van rechten en belastingen weer uit te voeren naar het land van bestemming na hun vertrek bij het Mechanisme.
**2.** Daarnaast worden aan leden van het personeel van het Mechanisme van niveau P-5 en hoger alsmede eventueel nader te bepalen bijkomende categorieën personeel van het Mechanisme die in overleg met het gastland door de griffier of een door hem of haar aangewezen functionaris, worden aangewezen, tezamen met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding en die geen onderdaan of permanent ingezetene zijn van het gastland, dezelfde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten toegekend als die welke overeenkomstig het Verdrag van Wenen door het gastland worden toegekend aan diplomatieke gezanten met vergelijkbare rang van diplomatieke missies die in het gastland zijn gevestigd.
**3.** Daarnaast worden aan de leden van het personeel van het Mechanisme van niveau P-4 en lager, met inbegrip van algemeen dienstverlenend personeel, tezamen met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding en die geen onderdaan of permanent ingezetene zijn van het gastland, dezelfde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten toegekend als die welke overeenkomstig het Verdrag van Wenen door het gastland worden toegekend aan leden van het administratief en technisch personeel van diplomatieke missies die in het gastland zijn gevestigd, met dien verstande dat de immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken en de persoonlijke onschendbaarheid zich niet uitstrekken tot handelingen verricht buiten hun officiële taken.
**4.** Voor zover het vaststellen van enige vorm van belasting wordt gebaseerd op het ingezetenschap worden tijdvakken gedurende welke de leden van het personeel van het Mechanisme voor de uitoefening van hun functies aanwezig zijn in het gastland, niet aangemerkt als tijdvakken van ingezetenschap.
**5.** Het gastland is niet verplicht uitkeringen of annuïteiten betaald aan voormalige leden van het personeel van het Mechanisme alsmede aan de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding vrij te stellen van inkomstenbelasting.
**6.** Onverminderd het vierde lid van dit artikel genieten de in dit artikel bedoelde personen die onderdaan of permanent ingezetene van het gastland zijn, uitsluitend de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten uit hoofde van de artikelen V, paragraaf 18, en VII van het Algemeen Verdrag, tezamen met de volgende wijzigingen en aanvullende bepalingen:
immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking;
immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle in hun officiële hoedanigheid gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na beëindiging van de uitoefening van hun functie bij het Mechanisme;
onschendbaarheid van alle officiële stukken en documenten in welke vorm en van welk materiaal dan ook;
vrijstelling van belasting op de salarissen, emolumenten en vergoedingen die ter zake van hun dienstverband bij het Mechanisme aan hen worden betaald; en
het recht vrij van rechten en belastingen, behoudens betalingen voor verleende diensten, hun meubels en bezittingen in te voeren wanneer zij voor de eerste maal hun functie in het gastland aanvaarden.
**7.** De in het zesde lid van dit artikel bedoelde personen worden door het gastland niet aan enige maatregel onderworpen die de vrije en onafhankelijke uitoefening van hun functie bij het Mechanisme kan belemmeren.
DEEL III
Artikel 17
Voorrechten, immuniteiten en faciliteiten van het personeel van het Mechanisme
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de zetel van het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2016