**1.** De bevoegde autoriteiten nemen alle doeltreffende en adequate maatregelen om de beveiliging en bescherming van het Mechanisme te waarborgen en ervoor te zorgen dat de rust van het Mechanisme niet wordt verstoord door personen of groepen die het terrein betreden of door ordeverstoring in de onmiddellijke omgeving van het terrein, en voorzien het terrein van de eventueel benodigde bescherming.
**2.** Indien de griffier of een door hem of haar aangewezen functionaris daarom verzoekt, voorzien de bevoegde autoriteiten, in overleg met de griffier of een door hem of haar aangewezen functionaris en voor zover de bevoegde autoriteiten dit noodzakelijk achten, in voldoende bescherming, met inbegrip van politiebescherming, voor de handhaving van de openbare orde op het terrein of in de onmiddellijke omgeving daarvan, en voor het verwijderen van personen van deze locatie.
**3.** De bevoegde autoriteiten treffen alle redelijke maatregelen om te waarborgen dat het ongestoord gebruik van het terrein niet nadelig wordt beïnvloed en dat het terrein kan worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor het is bestemd zonder te worden belemmerd door de wijze van gebruik van de percelen of gebouwen in de omgeving van het terrein.
**4.** Het Mechanisme treft alle redelijke maatregelen om te waarborgen dat het ongestoord gebruik van de percelen in de omgeving van het terrein niet nadelig wordt beïnvloed door de wijze van gebruik van de percelen of gebouwen van het terrein.
**5.** Het Mechanisme voorziet de bevoegde autoriteiten van alle informatie die relevant is voor de veiligheid en bescherming van het terrein.
DEEL II
Artikel 6
Bescherming van het terrein en de omgeving daarvan
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de zetel van het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2016