Naar hoofdinhoud
1. Deze Overeenkomst wordt door de partijen geratificeerd volgens hun respectieve nationale voorschriften. Elke partij legt haar akten van bekrachtiging neer bij de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie, hetzij vóór, hetzij tegelijkertijd met de neerlegging van de akte van aanvaarding van de wijziging van Doha bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. 2. IJsland legt zijn akte van aanvaarding van de wijziging van Doha neer bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties overeenkomstig artikel 20, lid 4, en artikel 21, lid 7, van het Protocol van Kyoto, en wel ten laatste op de datum van de neerlegging van de laatste akte van aanvaarding door de Unie of haar lidstaten. 3. Bij de neerlegging van de akte van aanvaarding van de wijziging van Doha doet IJsland ook in eigen naam kennisgeving van de voorwaarden van de gezamenlijke nakoming bij het secretariaat van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering in overeenstemming met artikel 4, lid 2, van het Protocol van Kyoto.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel