Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Panama· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2016

Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij anders is bepaald: wordt onder „overeengekomen diensten” verstaan de geregelde luchtdiensten op de routes omschreven in dit Verdrag voor het vervoer van passagiers en vracht, met inbegrip van post, afzonderlijk of gecombineerd; hebben „luchtdienst”, „internationale luchtdienst” en „luchtvaartmaatschappij” de betekenis die daaraan in artikel 96 van het Verdrag van Chicago respectievelijk wordt toegekend; wordt onder „luchtvervoer” verstaan het openbaar vervoer per luchtvaartuig van passagiers, bagage, vracht en post, afzonderlijk of gecombineerd, tegen vergoeding of beloning; wordt onder „luchtvaartautoriteiten” verstaan, wat de Republiek Panama betreft, de Burgerluchtvaartautoriteit en wat het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, betreft, de minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning van Curaçao; of in beide gevallen elke persoon of instantie die bevoegd is de functies te vervullen die thans worden vervuld door de genoemde autoriteiten; wordt onder „Verdrag” verstaan dit Verdrag, de Bijlagen daarbij en alle wijzigingen daarvan; wordt onder „capaciteit” verstaan het aantal diensten dat uit hoofde van het Verdrag wordt geleverd, gewoonlijk gemeten als het aantal vluchten (frequenties) of stoelen of ton vracht die op een markt worden aangeboden (stedenpaar of land naar land) of op een route gedurende een specifiek tijdvak, bijvoorbeeld dagelijks, wekelijks, in een bepaald seizoen of jaarlijks; wordt onder „verandering van luchtvaartuig” verstaan zodanige exploitatie van een van de overeengekomen diensten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij dat op een of meer zones van de omschreven route wordt gevlogen met verschillende luchtvaartuigen; wordt onder „het Verdrag van Chicago” verstaan het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening opengesteld, met inbegrip van alle overeenkomstig artikel 90 van dat verdrag aangenomen bijlagen en alle wijzigingen van de bijlagen of van het verdrag ingevolge de artikelen 90 en 94 daarvan, voor zover deze bijlagen en wijzigingen in werking zijn getreden voor beide partijen; wordt onder „aangewezen luchtvaartmaatschappij” verstaan een luchtvaartmaatschappij die is aangewezen en gemachtigd overeenkomstig artikel 3 van dit Verdrag; wordt onder „binnenlands luchtvervoer” verstaan luchtvervoer waarbij passagiers, bagage, vracht en post worden opgenomen op het grondgebied van een partij en bestemd zijn voor een ander punt op hetzelfde grondgebied; wordt onder „ICAO” verstaan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie; wordt onder „tarieven” verstaan de prijzen die in rekening worden gebracht voor het vervoer van passagiers en vracht en de voorwaarden waaronder deze prijzen van toepassing zijn, evenwel met uitzondering van de vergoedingen en voorwaarden voor het vervoeren van post; wordt onder „grondgebied” in relatie tot elk van de partijen verstaan het landgebied en de daaraan grenzende territoriale wateren, met inbegrip van het luchtruim boven deze gebieden, die onder de soevereiniteit, de suzereiniteit, de bescherming of het mandaat van de partij vallen; wordt onder „gebruikersheffing” verstaan een heffing opgelegd aan luchtvaartmaatschappijen voor de levering van luchthaven-, luchtnavigatie- of luchtvaartbeveiligingsvoorzieningen of -diensten met inbegrip van daarmee verband houdende diensten en voorzieningen.

Rechtspraak bij dit artikel