**1.** Elke partij heeft het recht door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij langs diplomatieke weg zo veel luchtvaartmaatschappijen als zij wenst aan te wijzen voor het verrichten van de overeengekomen diensten en deze aanwijzingen in te trekken of te wijzigen.
**2.** Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing en van aanvragen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij, in de vorm en op de wijze die is voorgeschreven voor exploitatievergunningen en technische vergunningen, verleent elke partij de desbetreffende exploitatievergunningen met een zo gering mogelijke procedurele vertraging, mits:
de aangewezen luchtvaartmaatschappij haar voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening heeft op het grondgebied van de aanwijzende partij;
de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst daadwerkelijk beschikt over regelgeving en controleert of de luchtvaartmaatschappij deze naleeft;
de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst de in artikel 8 (Veiligheid) en artikel 9 (Beveiliging van de luchtvaart) vervatte normen naleeft; en
de aangewezen luchtvaartmaatschappij in staat is te voldoen aan de in de wetten en voorschriften gestelde voorwaarden die de partij die de aanwijzing ontvangt gewoonlijk toepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten.
**3.** Na ontvangst van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning, kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij op elk moment een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten waarvoor zij is aangewezen, mits zij de toepasselijke bepalingen van dit Verdrag naleeft.
Artikel 3
Aanwijzing en verlening van vergunningen
Onderdeel van Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Panama· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2016