**1.** De gebruikersheffingen opgelegd door de bevoegde autoriteiten van de ene Partij aan de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij dienen rechtvaardig, redelijk en non-discriminatoir te zijn, en dienen evenredig te worden verdeeld over alle gebruikerscategorieën. In ieder geval mogen heffingen opgelegd aan de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij niet onder minder gunstige voorwaarden worden toegepast dan de meest gunstige voorwaarden opgelegd aan enige andere luchtvaartmaatschappij ten tijde van het vaststellen van die heffingen.
**2.** De gebruikersheffingen opgelegd aan de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij mogen gelijk, maar niet hoger zijn dan een evenredig deel van de totale kosten die door de bevoegde belastingautoriteiten geacht worden te zijn gemoeid met het verlenen van de noodzakelijke diensten en faciliteiten inzake de luchthaven, het luchthavenmilieu, de luchtnavigatie en de veiligheid van de luchtvaart, op de luchthaven en in het luchthavensysteem. Bij die totale kosten mag rekening worden gehouden met een redelijk rendement van de activa, na aftrek van de waardevermindering. De faciliteiten en diensten waarvoor deze rechten worden geheven, dienen op doelmatige en economische wijze ter beschikking te worden gesteld.
**3.** Elke Partij bevordert het overleg tussen de bevoegde belastingautoriteiten of -organen op haar grondgebied en de luchtvaartmaatschappijen die gebruik maken van de diensten en faciliteiten, en moedigt genoemde autoriteiten of organen en de luchtvaartmaatschappijen aan die informatie uit te wisselen die noodzakelijk is om exact vast te stellen of de heffingen gerechtvaardigd zijn gezien de principes vermeld in het eerste en tweede lid van dit artikel. Elke Partij moedigt de bevoegde belastingautoriteiten aan de gebruikers ruim van te voren op de hoogte te stellen van elk voorstel tot wijziging in de gebruikersheffingen, teneinde de gebruikers de mogelijkheid te bieden hun mening te uiten vóór het ingaan van de wijzigingen.
**4.** In de procedures voor het oplossen van geschillen overeenkomstig artikel 14, wordt er niet van uitgegaan dat de ene Partij inbreuk heeft gemaakt op een bepaling van dit artikel, tenzij deze
niet binnen een redelijke termijn een onderzoek instelt naar de heffing of de praktijk die onderwerp is van de klacht van de andere Partij; of
na genoemd onderzoek nalaat de maatregelen te treffen die binnen haar bereik liggen om een heffing of praktijk die strijdig is met dit Verdrag, te verbeteren.
Artikel 10
Gebruikersheffingen
Onderdeel van Verdrag inzake luchtvervoer tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Republiek Panama· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2016