**1.** Elke Partij verleent aan de andere Partij de volgende rechten voor het verrichten van internationaal luchtvervoer door de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij:
het recht om zonder te landen over haar grondgebied te vliegen;
het recht om landingen, anders dan voor verkeersdoeleinden, op haar grondgebied te maken; en
de overige in dit Verdrag bepaalde rechten.
**2.** Het in het eerste lid van dit artikel bepaalde betekent niet dat aan de luchtvaartmaatschappijen van de ene Partij het recht wordt verleend op het grondgebied van de andere Partij passagiers, vracht of post aan boord te nemen die tegen betaling worden vervoerd en op weg zijn naar een ander punt van het grondgebied van de andere Partij.
Artikel 2
Verlening van rechten
Onderdeel van Verdrag inzake luchtvervoer tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Republiek Panama· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2016