Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Intrekking van de vergunning

Onderdeel van Verdrag inzake luchtvervoer tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Republiek Panama· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2016

1. Elke Partij mag de exploitatievergunningen of de technische vergunningen van een door de andere Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij intrekken, opschorten of beperken, indien: de desbetreffende luchtvaartmaatschappij niet heeft voldaan aan de wetten en voorschriften zoals bedoeld in artikel 5 (Toepassing van Wetten) van dit Verdrag; of de andere Partij de in artikel 6 (Operationele veiligheid) genoemde normen niet naleeft of toepast. 2. Tenzij het noodzakelijk is onmiddellijk maatregelen te nemen teneinde verdere niet-naleving als bedoeld in het eerste lid van dit artikel onder de letters a en b, te voorkomen, worden de rechten voortvloeiend uit dit artikel slechts uitgeoefend na overleg met de andere Partij. 3. Dit artikel houdt geen beperking in van het recht van elke Partij de exploitatievergunning of de technische vergunning van een of meerdere luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij op te schorten, in te trekken, te beperken of aan voorwaarden te verbinden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 (Veiligheid van de luchtvaart).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel