Naar hoofdinhoud
(1). Het Nederlandse en het Duitse Toezicht op de mijnen zullen de ontginning langs de ontginningsgrens slechts toestaan onder de voorwaarde, dat de mijnondernemingen de ontginningswerken over een breedte van 500 meter aan gene zijde van de ontginningsgrens op hun mijnkaarten overbrengen. Te dien einde zullen het Nederlandse en het Duitse Toezicht op de mijnen de desbetreffende mijnkaarten, die door erkende Nederlandse of van overheidswege erkende Duitse mijnmeters vervaardigd en regelmatig bijgehouden moeten worden, halfjaarlijks uitwisselen, voor zover en zolang in het desbetreffende gebied ontginning plaats vindt. (2). Bovendien zal het Nederlandse Toezicht op de mijnen aan het Duitse Toezicht op de mijnen een exemplaar der op dezelfde wijze vervaardigde en bijgehouden mijnkaarten betreffende alle ontginningswerken in het verdragsgebied ter beschikking stellen. (3). Omtrent de inzage van deze mijnkaarten door derden beslissen de autoriteiten en rechterlijke instanties van het land, waaraan de mijnkaarten ter beschikking zijn gesteld, overeenkomstig de voor hen geldende bepalingen.

Rechtspraak bij dit artikel