Naar hoofdinhoud
(1). Aan het Duitse Toezicht op de mijnen, alsmede aan de door deze instantie gemachtigde en van overheidswege erkende Duitse mijnmeters is het, indien daarvoor gegronde redenen bestaan, geoorloofd, in de binnen het verdragsgebied gelegen ondergrondse werken af te dalen en aldaar metingen te verrichten. Voor de afdaling kan van schachten op Nederlands of op Duits gebied gebruik worden gemaakt. (2). In het verdragsgebied en in het gebied daarbuiten, dat onderhevig is aan de invloed van de ontginning, mag de Nederlandse mijnonderneming bovengrondse metingen doen uitvoeren. (3). In het verdragsgebied en in het naburige gebied mag de Nederlandse mijnonderneming boringen en geophysische onderzoekingen doen uitvoeren, voor zover dit ter vaststelling van de geologische situatie en de ligging der kolenafzettingen in het verdragsgebied dienstig voorkomt.

Rechtspraak bij dit artikel