Naar hoofdinhoud
(1). De ontginningsgrens vervangt de tot dusver bestaande begrenzing der mijnvelden. De door de ontginningsgrens afgescheiden gedeelten worden met het aan de andere zijde der ontginningsgrens liggende aangrenzende mijnveld vereenigd. (2). De rechtstoestand der afgescheiden gedeelten wordt bepaald door dien van het mijnveld waarmede zij vereenigd worden, in zooverre in dit verdrag niet anders is bepaald. (3). Door de vereeniging gaan alle bestaande rechten op het afgescheiden gedeelte te niet. Alle rechten verbonden aan het mijnveld, waarmede het gedeelte vereenigd wordt, strekken zich ook uit over dit gedeelte. (4). In de door de ontginningsgrens afgescheiden gedeelten, die aan gebied grenzen, waarvoor nog geen ontginningsrechten verleend zijn, geldt hetzelfde recht als in het gebied, waarvoor nog geen ontginningsrechten verleend zijn. (5). De bepalingen van de leden 1—3 zijn ook toepasselijk op de door de ontginningsgrens afgescheiden gedeelten, waarvoor nog geen ontginningsrechten verleend zijn. Den eigenaar van het mijnveld, waarmede deze gedeelten vereenigd worden, komt het ontginningsrecht toe, zonder dat dit behoeft te worden verleend. (6). Aanspraak op een schadevergoeding kan niet worden gemaakt. (7). Het Toezicht op de mijnen van beide Staten maakt gezamenlijk nieuwe mijnplannen, welke gehecht worden aan de bestaande acten. Voorzoover Grondboeken bestaan, zal inschrijving daarin geschieden op verzoek van het Staatstoezicht op de mijnen.

Rechtspraak bij dit artikel