De Hooge Vedragsluitende Partijen zullen onderhandelingen aanknoopen nopens de totstandkoming van een alomvattend modern verdrag of verdragen van vriendschap, handel, scheepvaart en consulaire rechten op verzoek van de eene of de andere Partij, of in elk geval binnen zes maanden na de staking van vijandelijkheden in den oorlog tegen de gemeenschappelijke vijanden, waarin zij thans beide gewikkeld zijn. Het verdrag of de verdragen, waarover aldus zal worden onderhandeld, moeten gebaseerd worden op de beginselen van internationaal recht en gebruik, zooals deze tot uitdrukking komen in de moderne internationale praktijk en in de moderne verdragen, welke elk der Hooge Verdragsluitende Partijen onderscheidenlijk met andere Mogendheden heeft gesloten gedurende de laatste jaren.
Hangende de sluiting van het verdrag of de verdragen, waarnaar in het vorige lid wordt verwezen, stemt elk der Hooge Verdragsluitende Partijen ermee in, dat aan de consulaire ambtenaren van de andere zal worden toegestaan om hun functies als zoodanig uit te oefenen in overeenstemming met algemeene beginselen van internationaal recht in alle havens, steden en plaatsen van eerstgenoemde, die opengesteld zijn of zullen worden voor consulaire ambtenaren van welk vreemd land ook.
Indien zich hangende de sluiting van het verdrag of de verdragen, waarnaar in het eerste lid wordt verwezen, in de toekomst vragen mochten voordoen rakende de rechten van Nederlandsche onderdanen of ondernemingen, of van het Koninkrijk der Nederlanden binnen het grondgebied van de Chineesche Republiek, en indien deze vragen niet worden gedekt door het onderhavige Verdrag en de Notawisseling of door de bepalingen van bestaande verdragen, conventies of overeenkomsten tusschen de Hooge Vedragsluitende Partijen, die niet buiten werking gesteld zijn door of onvereenigbaar zijn met dit Vedrag en de Notawisseling, zullen dergelijke vragen besproken worden door de vertegenwoordigers van de beide Regeeringen en beslist worden overeenkomstig de algemeen aanvaarde beginselen van internationaal recht en de moderne internationale practijk.
Artikel VIII
Artikel VIII
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Chinese Republiek nopens opheffing van exterritoriale rechten in China en regeling van aanverwante zaken· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 5 december 1945