De Bank laat zich bij het verrichten van haar werkzaamheden leiden door de volgende beginselen:
De Bank laat zich bij haar werkzaamheden leiden door beginselen van gezond bankbeleid.
De werkzaamheden van de Bank voorzien voornamelijk in de financiering van specifieke projecten of specifieke investeringsprogramma’s, in kapitaalinvesteringen, en in technische assistentie overeenkomstig artikel 15.
De Bank financiert geen ondernemingen op het grondgebied van een lid, indien dat lid tegen de financiering bezwaar maakt.
De Bank ziet erop toe dat elk van haar werkzaamheden voldoet aan het operationele en financiële beleid van de Bank, met inbegrip van alle beleid ten behoeve van maatschappelijke en milieugevolgen.
Bij de beoordeling van een verzoek om financiering overweegt de Bank terdege de mogelijkheid van de verzoeker financiering of faciliteiten elders te verkrijgen op voorwaarden die de Bank redelijk acht voor de ontvanger, daarbij alle relevante factoren in aanmerking nemend.
Bij het verstrekken of garanderen van een financiering overweegt de Bank terdege de kansen dat de leningnemer en degene die zich eventueel voor hem garant stelt, bij machte zullen zijn hun verplichtingen die voortvloeien uit de financieringsovereenkomst na te komen.
Bij het verstrekken of garanderen van een financiering dient ten genoegen van de Bank te zijn aangetoond dat de financiële voorwaarden zoals de rentevoet en andere kosten redelijk zijn en dat deze en de regeling voor terugbetaling van de hoofdsom passend zijn voor de desbetreffende financiering en het risico voor de Bank.
De Bank legt geen beperkingen op ten aanzien van het land van herkomst bij de aanschaf van goederen en diensten uit de opbrengsten van een lening, belegging of andere financiering aangegaan in het kader van de gewone of de bijzondere werkzaamheden van de Bank.
De Bank neemt de nodige maatregelen om te verzekeren dat de opbrengsten van een financiering die is verstrekt of gegarandeerd door de Bank, of waarin door de Bank wordt deelgenomen, uitsluitend worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor de lening of de belegging werd verstrekt, waarbij zij de nodige aandacht besteedt aan overwegingen van zuinigheid en doelmatigheid.
De Bank geeft zich terdege rekenschap van de wenselijkheid te voorkomen dat een onevenredig deel van haar middelen wordt aangewend ten behoeve van een bepaald lid.
De Bank tracht een redelijke spreiding in al haar investeringen te handhaven. Bij haar beleggingen in aandelen aanvaardt de Bank geen verantwoordelijkheid voor het beheer van een instelling of onderneming waarin zij heeft belegd en tracht zij geen meerderheidsbelang te verkrijgen in de betrokken instelling of onderneming, tenzij zulks noodzakelijk is om de belegging van de Bank veilig te stellen.
HOOFDSTUK III
Artikel 13
Beginselen die bij de werkzaamheden in acht dienen te worden genomen
Onderdeel van Verdrag betreffende de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 25 december 2015