Naast de elders in dit Verdrag omschreven bevoegdheden, heeft de Bank de hieronder omschreven bevoegdheden.
De Bank kan in lidstaten of elders fondsen verwerven door middel van leningen of op andere wijze in overeenstemming met de relevante juridische bepalingen.
De Bank kan waardepapieren die de Bank heeft uitgegeven of gegarandeerd, of waarin zij heeft belegd, kopen en verkopen.
De Bank kan waardepapieren, waarin zij heeft belegd teneinde de verkoop daarvan te vergemakkelijken, garanderen.
De Bank kan emissiegaranties geven, of daarin deelnemen, voor waardepapieren die worden uitgegeven door een entiteit of onderneming voor doeleinden die verenigbaar zijn met het doel van de Bank.
De Bank kan fondsen die niet benodigd zijn voor haar werkzaamheden beleggen of in bewaring geven.
De Bank ziet erop toe dat elk waardepapier dat door de Bank is uitgegeven of gegarandeerd op de voorzijde duidelijk zichtbaar een verklaring draagt, inhoudende dat het geen schuldbrief van een regering is, tenzij dit wel het geval is, in welk geval dit dient te worden vermeld.
De Bank kan fondsen instellen of het beheer ervan aanvaarden voor andere partijen, mits deze trustfondsen bedoeld zijn bij te dragen aan het doel en vallen binnen de taken van de Bank binnen een kader voor trustfondsen dat dient te zijn goedgekeurd door de Raad van Gouverneurs.
De Bank kan dochterentiteiten oprichten die bedoeld zijn bij te dragen aan het doel en vallen binnen de taken van de Bank, mits zij zijn goedgekeurd door de Raad van Gouverneurs bij een bijzondere meerderheid van stemmen zoals voorzien in artikel 28.
De Bank kan alle andere bevoegdheden uitoefenen en alle regels en voorschriften aannemen die nodig of geschikt zijn voor de bevordering van haar doel en taken, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag.
HOOFDSTUK IV
Artikel 16
Algemene bevoegdheden
Onderdeel van Verdrag betreffende de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 25 december 2015