**1.** Alle bevoegdheden van de Bank berusten bij de Raad van Gouverneurs.
**2.** De Raad van Gouverneurs kan aan de Raad van Bewindvoerders al zijn bevoegdheden of enkele daarvan overdragen, met uitzondering van de bevoegdheid:
nieuwe leden toe te laten en voorwaarden voor hun toelating vast te stellen;
het maatschappelijk kapitaal van de Bank te verhogen of te verlagen;
een lid te schorsen;
te beslissen omtrent beroepen die zijn ingesteld naar aanleiding van interpretaties of toepassingen van dit Verdrag door de Raad van Bewindvoerders;
de bewindvoerders van de Bank te kiezen en de onkosten die betaald dienen worden aan de bewindvoerders en hun plaatsvervangers alsmede een eventuele beloning uit hoofde van artikel 25, zesde lid, vast te stellen;
de president te kiezen, deze te schorsen of uit zijn functie te ontheffen en zijn beloning en overige arbeidsvoorwaarden vast te stellen;
de balans en de winst- en verliesrekening van de Bank goed te keuren na kennisneming van het rapport van de accountants;
de reserves en de allocatie en uitkering van de netto-winst van de Bank vast te stellen;
dit Verdrag te wijzigen;
te besluiten de werkzaamheden van de Bank te beëindigen en haar activa te verdelen; en
alle overige bevoegdheden uit te oefenen die in dit Verdrag uitdrukkelijk zijn voorbehouden aan de Raad van Gouverneurs.
**3.** De Raad van Gouverneurs behoudt de volledige bevoegdheid gezag uit te oefenen over aangelegenheden die ingevolge het bepaalde in het tweede lid van dit artikel zijn overgedragen aan de Raad van Bewindvoerders.
HOOFDSTUK V
Artikel 23
Raad van Gouverneurs: Bevoegdheden
Onderdeel van Verdrag betreffende de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 25 december 2015