Naar hoofdinhoud
1. Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven, de bestanddelen van het inkomen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Kenia mogen worden belast of uitsluitend in Kenia mogen worden belast. 2. Indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens artikel 6, eerste, derde en vierde lid, artikel 7, eerste lid, artikel 10, zesde lid, artikel 11, vijfde lid, artikel 12, vierde lid, artikel 13, eerste en tweede lid, artikel 14, eerste lid, artikel 15, eerste lid, artikel 18, eerste lid, artikel 19, eerste lid, onderdeel a, en artikel 22, tweede lid, van dit Verdrag in Kenia mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, stelt Nederland deze bestanddelen van het inkomen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan. Deze vermindering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting. Daartoe worden bedoelde bestanddelen van het inkomen geacht te zijn begrepen in het bedrag van de bestanddelen van het inkomen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld. 3. Nederland verleent voorts een aftrek op de aldus berekende Nederlandse belasting voor de bestanddelen van het inkomen die volgens artikel 8, tweede lid, artikel 10, tweede lid, artikel 11, tweede lid, artikel 12, tweede lid, artikel 16, artikel 17, eerste en tweede lid, en artikel 18, derde lid, van dit Verdrag in Kenia mogen worden belast, voor zover deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen. Het bedrag van deze aftrek is gelijk aan de in Kenia over deze bestanddelen van het inkomen betaalde belasting, maar bedraagt, indien de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting daarin voorzien, niet meer dan het bedrag van de aftrek die zou zijn verleend indien de aldus in het inkomen begrepen bestanddelen van het inkomen de enige bestanddelen van het inkomen zouden zijn geweest waarvoor Nederland een aftrek verleent uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting. Dit lid beperkt een tegemoetkoming nu of in de toekomst verleend uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting niet, echter uitsluitend voor zover het de berekening van het bedrag van de aftrek van de Nederlandse belasting betreft met betrekking tot de som van inkomsten afkomstig uit meer dan een land en de voortwenteling van de belasting betaald in Kenia op bedoelde bestanddelen van het inkomen naar de volgende jaren. 4. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid van dit artikel verleent Nederland een aftrek op de Nederlandse belasting voor de in Kenia betaalde belasting op bestanddelen van het inkomen die volgens artikel 7, eerste lid, artikel 10, zesde lid, artikel 11, vijfde lid, artikel 12, vierde lid, artikel 13, tweede lid, en artikel 22, tweede lid, van dit Verdrag in Kenia mogen worden belast, voor zover deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, voor zover Nederland uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting een aftrek verleent op de Nederlandse belasting voor de in een ander land over die bestanddelen van het inkomen geheven belasting. Voor de berekening van deze aftrek zijn de bepalingen van het derde lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing. 5. In Kenia wordt dubbele belasting als volgt vermeden: indien een inwoner van Kenia inkomsten uit bronnen in Nederland verkrijgt, die in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag uitsluitend belastbaar zijn in Nederland en zijn vrijgesteld van Keniaanse belasting, mag Kenia bij het berekenen van de belasting over de resterende inkomsten van die persoon het belastingtarief toepassen dat van toepassing zou zijn geweest indien de inkomsten uit de bronnen binnen Nederland niet waren vrijgesteld; indien een inwoner van Kenia inkomsten uit bronnen in Nederland verkrijgt, die in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag in beide verdragsluitende staten mogen worden belast, verleent Kenia een aftrek op de belasting over inkomsten van die persoon tot een bedrag gelijk aan de belasting betaald in Nederland. Deze aftrek is evenwel niet hoger dan het deel van de Keniaanse belasting berekend voordat de aftrek is verleend dat ziet op de inkomsten afkomstig uit Nederland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel