Naar hoofdinhoud
1. Bewijzen van oorsprong die op de juiste wijze door Libanon of een nieuwe lidstaat zijn afgegeven in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die deze landen onderling toepassen, worden overeenkomstig dit protocol in de betrokken landen aanvaard, mits: de verkrijging van de oorsprong met zich meebrengt dat een preferentieel tarief wordt gehanteerd overeenkomstig de in de associatieovereenkomst tussen de EU en Libanon of in het stelsel van algemene preferenties van de Gemeenschap opgenomen preferentiële tariefmaatregelen; het bewijs van oorsprong en de vervoersdocumenten uiterlijk op de dag vóór de datum van toetreding zijn afgegeven; het bewijs van oorsprong binnen de periode van vier maanden na de datum van toetreding wordt ingediend. Indien goederen vóór de datum van toetreding ten invoer zijn aangegeven in Libanon of een van de nieuwe lidstaten op grond van op dat tijdstip tussen Libanon en die nieuwe lidstaat geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, kunnen achteraf op grond van die overeenkomsten of regelingen afgegeven bewijzen van oorsprong ook worden aanvaard, mits het bewijs binnen vier maanden na de datum van toetreding aan de douaneautoriteiten wordt overgelegd. 2. Libanon en de nieuwe lidstaten mogen vergunningen waarmee de status van „toegelaten exporteur” is verleend in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die zij onderling toepassen, blijven gebruiken, mits: een dergelijke bepaling ook is opgenomen in de door Libanon vóór de toetredingsdatum met de Gemeenschap gesloten overeenkomst; en de toegelaten exporteurs de regels van oorsprong uit hoofde van die overeenkomst toepassen. Deze vergunningen moeten uiterlijk één jaar na de datum van toetreding worden vervangen door nieuwe vergunningen die onder de voorwaarden van de overeenkomst zijn afgegeven. 3. Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven op grond van de preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen als bedoeld in de leden 1 en 2, moeten gedurende een periode van drie jaar na de afgifte van het betrokken bewijs van oorsprong worden aanvaard door de bevoegde douaneautoriteiten van Libanon of de nieuwe lidstaten, en kunnen gedurende een periode van drie jaar vanaf de aanvaarding van het bewijs van oorsprong nog worden gedaan door die autoriteiten ter rechtvaardiging van een invoeraangifte.

Rechtspraak bij dit artikel