**1.** Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 en 14 mogen inkomsten verkregen door een inwoner van een verdragsluitende staat als artiest, zoals een toneelspeler, een film-, radio- of televisieartiest of een musicus, of als sportbeoefenaar, uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere verdragsluitende staat, worden belast in die andere staat.
**2.** Indien inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht, niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen, maar aan een andere persoon, mogen die inkomsten, niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 en 14, worden belast in de verdragsluitende staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht.
**3.** De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op inkomsten verkregen door artiesten of sportbeoefenaars, die inwoner zijn van een verdragsluitende staat, uit werkzaamheden verricht in de andere verdragsluitende staat, indien het bezoek aan die staat hoofdzakelijk wordt bekostigd uit de openbare middelen van de andere verdragsluitende staat of door een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan. In dat geval zijn de inkomsten uitsluitend belastbaar in de staat waarvan de artiest of sportbeoefenaar inwoner is.
HOOFDSTUK 3
Artikel 16
Artiesten en sportbeoefenaars
Deze tekst geldt sinds 1 september 2024