**1.** Winsten uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in de verdragsluitende staat waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.
**2.** Voor de toepassing van dit artikel omvatten winsten uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer winsten verkregen uit de verhuur van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd of indien deze winsten uit de verhuur een incidentele bron van inkomsten vormen met betrekking tot de overige winsten omschreven in het eerste lid van dit artikel.
**3.** Winsten van een onderneming van een verdragsluitende staat verkregen uit het gebruik, het onderhoud of de verhuur van containers (daaronder begrepen opleggers of aanhangwagens, schuiten en daarmee verband houdende uitrusting voor het vervoer van containers) gebruikt in internationaal verkeer van schepen of luchtvaartuigen zijn uitsluitend belastbaar in de verdragsluitende staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.
**4.** De bepalingen van het eerste en derde lid zijn eveneens van toepassing op winsten uit de deelneming in een „pool”, een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap.
**5.** Indien de plaats van de werkelijke leiding van een scheepvaartonderneming zich aan boord van een schip bevindt, wordt deze plaats geacht te zijn gelegen in de verdragsluitende staat waar de thuishaven van het schip is gelegen, of indien er geen thuishaven is, in de verdragsluitende staat waarvan de exploitant van het schip inwoner is.
HOOFDSTUK 3
Artikel 8
Zee- en luchtvervoer
Deze tekst geldt sinds 1 september 2024