Voor toegang tot de voordelen uit hoofde van dit Verdrag dienen de coproducenten gezamenlijk eigenaar te zijn van de materiële onderdelen van het audiovisuele werk, met inbegrip van de filmmaster, en alle overige bronmaterialen van het gecoproduceerde audiovisuele werk. Voorts heeft elke coproducent het recht kopieën van het gecoproduceerde audiovisuele werk te maken voor exploitatie in zijn eigen land. Het materiaal van het audiovisuele werk wordt bewaard op een door de coproducenten onderling overeen te komen locatie die voor elk van hen toegankelijk is.
Artikel 11
Eigendom
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Zuid-Afrika betreffende audiovisuele coproductie· Cultureel recht