Naar hoofdinhoud
1. De overeenkomst tussen de coproducenten dient te voorzien in een regeling ten aanzien van de opbrengsten die worden gegenereerd met de internationale verkoop en distributie van het in het kader van dit Verdrag gecoproduceerde audiovisuele werk. 2. De partijen komen overeen om hun uiterste best te doen, met de beschikbare middelen, de distributie en promotie van de gecoproduceerde audiovisuele werken op hun grondgebied te bevorderen. 3. De partijen komen overeen om hun uiterste best te doen, met de beschikbare middelen, publiciteit te genereren voor de in het kader van dit Verdrag gecoproduceerde audiovisuele werken en deze onder de aandacht van het publiek te brengen tijdens nationale filmfestivals, filmopleidingen, programma's ter bevordering van deelname aan filmfestivals en andere culturele evenementen. 4. Voor de presentatie van in het kader van dit Verdrag gecoproduceerde audiovisuele werken op filmfestivals ligt de primaire verantwoordelijkheid bij de coproducent met de grootste inbreng, tenzij anders is overeengekomen tussen de coproducenten.

Rechtspraak bij dit artikel