Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Erkenning van nationale audiovisuele werken en voordelen

Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Zuid-Afrika betreffende audiovisuele coproductie· Cultureel recht

1. De audiovisuele werken die in het kader van dit Verdrag worden gecoproduceerd, worden door de bevoegde autoriteiten van elk van de partijen aangewezen als nationale audiovisuele werken, overeenkomstig de toepasselijke wet- en regelgeving op het grondgebied van elk van de partijen. 2. De coproducenten van audiovisuele werken die in het kader van dit Verdrag worden gecoproduceerd hebben toegang tot ondersteuning en andere financiële voordelen op het grondgebied van elk van de partijen overeenkomstig hun nationale wet- en regelgeving. 3. De bevoegde autoriteiten doen elkaar een lijst met teksten toekomen van de nationale wet- en regelgeving van elk van de partijen voor zover die betrekking hebben op ondersteuning en financiële voordelen voor audiovisuele werken. Indien deze teksten op enigerlei wijze door een van de partijen worden gewijzigd, verplichten de bevoegde autoriteiten van de desbetreffende partij zich ertoe de inhoud van die wijziging te doen toekomen aan de bevoegde autoriteiten van de andere partij. 4. De voordelen die met dit Verdrag inzake gecoproduceerde audiovisuele werken worden beoogd, worden toegekend aan coproducenten die over voldoende toegeruste financiële en technische entiteiten en voldoende professionele kwalificaties en ervaring beschikken. De beide partijen houden elkaar via hun bevoegde autoriteiten op de hoogte van deze erkenning.

Rechtspraak bij dit artikel