Indien in een van de partijen een wijziging in de wetgeving plaatsvindt waardoor de mogelijkheid tot verkoop van de kunstwerken ontstaat, mogen de verdragsluitende partijen geen gebruikmaken van deze mogelijkheid zonder onderling overleg te plegen met het oog op het behoud van de onafscheidelijke band tussen beide kunstwerken.
TITEL 2
Artikel 7
Behoud van de onafscheidelijke verbondenheid van de kunstwerken
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek betreffende de gezamenlijke tentoonstelling en het gezamenlijk beheer van de portretten van Maerten Soolmans en van Oopjen Coppit door Rembrandt van Rijn· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2016