Naar hoofdinhoud
1a). Wijzigt de Overeenkomst van 's-Gravenhage van 6 november 1925 betreffende het internationaal depot van tekeningen of modellen van nijverheid, herzien te Londen op 2 juni 1934; Londen, 2 juni 1934. b). Wijzigt de Overeenkomst van 's-Gravenhage van 6 november 1925 betreffende het internationaal depot van tekeningen of modellen van nijverheid, herzien te Londen op 2 juni 1934; Londen, 2 juni 1934. c). Alle wijzigingen van het reglement van uitvoering, bedoeld in artikel 20 van de Akte van 1934, worden verricht volgens de procedure omschreven in artikel 2, tweede lid onder a) iii), en derde lid onder d). d). Wijzigt de Overeenkomst van 's-Gravenhage van 6 november 1925 betreffende het internationaal depot van tekeningen of modellen van nijverheid, herzien te Londen op 2 juni 1934; Londen, 2 juni 1934. e). De verwijzingen in artikel 22 van de Akte van 1934 naar de artikelen 16, 16 bis en 17 bis van het „algemeen verdrag” worden geacht betrekking te hebben op die bepalingen van de Akte van Stockholm van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, die in de bedoelde Akte van Stockholm overeenkomen met de artikelen 16, 16 bis en 17 bis van de voorgaande Akten van het Verdrag van Parijs. 2a). Alle wijzigingen van de taksen bedoeld in artikel 3 van de Aanvullende Akte van 1961 worden tot stand gebracht volgens de procedure, omschreven in artikel 2, tweede lid onder a) iii) en derde lid onder d). b). Wijzigt de Aanvullende Akte bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage van 6 november 1925 betreffende het internationaal depot van tekeningen of modellen van nijverheid, herzien te Londen op 2 juni 1934; Monaco, 18 november 1961. c). De verwijzingen in artikel 6, tweede lid, van de Aanvullende Akte van 1961 naar de artikelen 16 en 16 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom worden geacht betrekking te hebben op die bepalingen van de Akte van Stockholm van bedoeld Verdrag, die in de Akte van Stockholm overeenkomen met de artikelen 16 en 16 bis van de voorgaande Akten van het Verdrag van Parijs. d). De verwijzingen in artikel 7, eerste en derde lid, van de Aanvullende Akte van 1961 naar de Regering van de Zwitserse Bondsstaat dienen te worden beschouwd als betrekking hebbende op de Directeur-Generaal

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel