Naar hoofdinhoud
1a). De landen die vóór 13 januari 1968 de Akte van 1934 of de Akte van 1960 hebben bekrachtigd, benevens de landen, die tot ten minste een van deze Akten zijn toegetreden, kunnen de onderhavige Aanvullende Akte ondertekenen en bekrachtigen of daartoe toetreden. b). De bekrachtiging van of de toetreding tot de onderhavige Aanvullende Akte door een land, dat gebonden is door de Akte van 1934 zonder tevens gebonden te zijn door de Aanvullende Akte van 1961 rengt automatisch de bekrachtiging van of de toetreding tot de Aanvullende Akte van 1961 met zich mede. 2). De akten van bekrachtiging en toetreding worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal.

Rechtspraak bij dit artikel