Naar hoofdinhoud
A. De samenwerking omtrent de veiligheid van de burgerluchtvaart ten behoeve van voorinspectie-operaties tussen de bevoegde autoriteiten kan bestaan uit, maar is niet noodzakelijkerwijs beperkt tot: het verschaffen van algemene expertise ten behoeve van het ontwikkelen en verbeteren van de infrastructuur, normen, procedures, beleidslijnen, training en apparatuur voor de veiligheid van de burgerluchtvaart; het in overeenstemming met Bijlage C assistentie verlenen bij de ontwikkeling van formele trainingen en functioneringstests met betrekking tot de veiligheid van de burgerluchtvaart voor het screeningspersoneel op de voorinspectieluchthaven; het ontwikkelen en implementeren van vergelijkbare en wederzijds aanvaardbare normen en het delen van beste praktijken en procedures voor het screenen van passagiers en handbagage; het delen van informatie en ervaring met betrekking tot operationele processen op het gebied van de veiligheid van de burgerluchtvaart voor voorinspectie-operaties, met inbegrip van informatie ter zake van screeningmethodes en de beoordeling van nieuwe en geavanceerde beveiligingsapparatuur in een luchthavenomgeving; het in overeenstemming met Bijlage D (uit)lenen van de nodige apparatuur teneinde te voldoen aan vergelijkbare normen voor de screening van passagiers en handbagage; het in overeenstemming met Bijlage A uitvoeren van gezamenlijke operationele beoordelingen van de onderscheiden infrastructuur, programma’s, procedures en processen van de partijen voor de veiligheid van de burgerluchtvaart voor het screenen van passagiers en handbagage in verband met de voorinspectie-operaties; en het ontwikkelen en uitvoeren van gezamenlijke initiatieven gericht op de verbetering van de veiligheid van de internationale burgerluchtvaart in verband met voorinspectie-operaties. B. Relevante samenwerkingsactiviteiten in het kader van de veiligheid van de burgerluchtvaart voor voorinspectie-operaties en de ontwikkeling van veiligheidsnormen en -procedures ten behoeve van de screening en voorinspectie van passagiers dienen verenigbaar te zijn met dit Verdrag. C. Elke uitwisseling van informatie die of van materiaal dat vertrouwelijke informatie of gevoelige veiligheidsinformatie kan omvatten geschiedt in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving en beleidslijnen, dit Verdrag en Bijlage B hierbij.

Rechtspraak bij dit artikel