**1.** Gronddiensten
Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft het recht zelf haar gronddiensten („self-handling”) te verrichten op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij of, naar haar keuze, deze diensten volledig of deels uit te besteden („third party-handling”) aan een leverancier die een vergunning heeft deze diensten te leveren. Indien of zo lang de wet- en regelgeving die van toepassing is op gronddiensten op het grondgebied van een van de verdragsluitende partijen de vrijheid tot het uitbesteden van deze diensten of tot self-handling belemmert of beperkt, wordt elke aangewezen luchtvaartmaatschappij behandeld op basis van non-discriminatie wat betreft hun toegang tot self-handling en gronddiensten die door een of meer leveranciers wordt of worden verricht.
Onder „self-handling” wordt verstaan een situatie waarin de gebruiker van de luchthaven zelf rechtstreeks een of meer categorieën gronddiensten verricht en geen contract, van welke omschrijving ook, met een derde afsluit voor het verrichten van deze diensten; voor de toepassing van deze omschrijving worden gebruikers van luchthavens in hun onderlinge betrekkingen niet geacht derden te zijn indien:
de een een meerderheidsbelang in de ander heeft; of
een enkel lichaam een meerderheidsbelang in beide heeft.
**2.** Leasen
De luchtvaartmaatschappijen van elke verdragsluitende partij hebben het recht de overeengekomen diensten te leveren door gebruikmaking van luchtvaartuigen die met of zonder bemanning worden geleased van een andere luchtvaartmaatschappij, met inbegrip van derde staten, mits alle deelnemers aan deze overeenkomsten voldoen aan de voorwaarden die zijn voorgeschreven uit hoofde van de wet- en regelgeving die door de verdragsluitende partijen gewoonlijk op dergelijke overeenkomsten wordt toegepast;
Geen van de verdragsluitende partijen verlangt van de luchtvaartmaatschappijen die hun toestellen verhuren dat zij verkeersrechten uit hoofde van dit Verdrag bezitten;
Het leasen met bemanning (wet-leasing) door een luchtvaartmaatschappij van Oostenrijk van een luchtvaartuig van een luchtvaartmaatschappij van een derde staat, of door een luchtvaartmaatschappij van Curaçao van een luchtvaartuig van een luchtvaartmaatschappij van een derde staat, om de in dit Verdrag vervatte rechten te exploiteren, blijft een uitzondering of dient om in tijdelijke behoeften te voorzien. Het wordt vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan de vergunningverlenende autoriteit van de luchtvaartmaatschappij die de huurder is van het wet-leased luchtvaartuig en aan de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende partij.
**3.** Code-sharing
Bij het exploiteren of aanbieden van diensten uit hoofde van dit Verdrag kan elke luchtvaartmaatschappij van een verdragsluitende partij op het gebied van marketing samenwerkingsovereenkomsten aangaan, zoals overeenkomsten inzake vast af te nemen plaatsen of inzake code-sharing, met:
een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de verdragsluitende partijen;
een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van een derde staat; en
aanbieders van vervoer (over land of water);
mits
de uitvoerende luchtvaartmaatschappij de desbetreffende verkeersrechten bezit en
de verkopende luchtvaartmaatschappijen de desbetreffende onderliggende routerechten bezitten en
de overeenkomsten voldoen aan de vereisten inzake veiligheid en concurrentie die gewoonlijk op deze overeenkomsten worden toegepast. Ten aanzien van het passagiersvervoer dat wordt verkocht met codesharing, wordt de koper op het verkooppunt, of in ieder geval voorafgaand aan het aan boord gaan, op de hoogte gesteld welke vervoerder welke sector van de dienst verzorgt.
Artikel 12
Commerciële mogelijkheden
Onderdeel van Luchtvaartverdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Federale Regering van Oostenrijk· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017