Naar hoofdinhoud
1. De luchtvaartautoriteiten van beide verdragsluitende partijen voeren van tijd tot tijd overleg om te waarborgen dat nauw wordt samengewerkt bij alle kwesties met betrekking tot de uitlegging en toepassing van dit Verdrag, op verzoek van een van de verdragsluitende partijen. 2. Dergelijk overleg vangt aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum van een verzoek.

Rechtspraak bij dit artikel