Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Verlening van rechten

Onderdeel van Luchtvaartverdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Federale Regering van Oostenrijk· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017

1. Elke verdragsluitende partij verleent de andere verdragsluitende partij de in dit Verdrag omschreven rechten ten behoeve van de exploitatie van geregelde internationale luchtdiensten op de routes die omschreven zijn in de Bijlage bij dit Verdrag. 2. Onverminderd de bepalingen van dit Verdrag genieten de door elke verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen, bij de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes, de volgende rechten: het recht zonder te landen over haar grondgebied te vliegen; het recht op haar grondgebied te landen anders dan voor verkeersdoeleinden; het recht te landen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij op de punten die omschreven zijn in de Bijlage bij dit Verdrag voor het opnemen en afzetten van passagiers, bagage, vracht, met inbegrip van post, afzonderlijk of gecombineerd, bestemd voor of afkomstig van een punt of punten op het grondgebied van de eerste verdragsluitende partij. 3. Niets in het tweede lid wordt geacht de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de ene verdragsluitende partij het voorrecht te verlenen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij tegen vergoeding of beloning passagiers, bagage, vracht, met inbegrip van post, op te nemen bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere verdragsluitende partij.

Rechtspraak bij dit artikel