Naar hoofdinhoud

TITEL III › HOOFDSTUK 8

Artikel 135

Binnenlandse toetsingsprocedures

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2020

1. Elke partij voorziet in een passende, effectieve, transparante en niet-discriminatoire procedure voor bestuurlijke of rechterlijke toetsing, waarmee een leverancier die belang heeft of heeft gehad bij een onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdracht bezwaar of beroep kan aantekenen tegen: een inbreuk op dit hoofdstuk; of niet-naleving van de maatregelen die een partij tot uitvoering van dit hoofdstuk heeft ingesteld, indien de leverancier overeenkomstig het interne recht van de partij niet rechtstreeks bezwaar of beroep kan aantekenen tegen een inbreuk op dit hoofdstuk. 2. De procedureregels voor alle bezwaar- en beroepsprocedures ingevolge lid 1 worden op schrift gesteld en openbaar gemaakt. 3. Indien een leverancier in het kader van een aanbestedingsprocedure waarbij hij een belang heeft of heeft gehad een klacht indient wegens inbreuk of niet-naleving als bedoeld in lid 1, moedigt de betrokken partij haar aanbestedende dienst en de leverancier aan het geschil door overleg te beslechten. De aanbestedende dienst neemt dergelijke klachten tijdig en onbevooroordeeld in beraad op een wijze die geen afbreuk doet aan de deelname van de leverancier aan lopende of toekomstige aanbestedingen of aan diens recht om door middel van de procedure voor bestuurlijke of rechterlijke toetsing corrigerende maatregelen te verkrijgen. 4. Iedere leverancier krijgt voldoende tijd om een bezwaar of beroep voor te bereiden en in te dienen; deze termijn is ten minste tien dagen vanaf het tijdstip waarop de grond voor het bezwaar of beroep voor de leverancier bekend is geworden of redelijkerwijs bekend had kunnen worden. 5. Door elke partij wordt ten minste één onpartijdige en van de aanbestedende diensten onafhankelijke bestuurlijke of rechterlijke instantie ingesteld of aangewezen om een bezwaar of beroep door een leverancier in het kader van een onder dit hoofdstuk vallende aanbesteding te ontvangen en te beoordelen. 6. Indien een bezwaar of beroep in eerste aanleg wordt beoordeeld door een andere instantie dan een van de in lid 5 bedoelde instanties, ziet de partij erop toe dat de leverancier tegen de oorspronkelijke beslissing beroep kan instellen bij een onpartijdige bestuurlijke of rechterlijke instantie die onafhankelijk is van de aanbestedende dienst die de aanbesteding heeft uitgeschreven waarop het bezwaar of beroep betrekking heeft. 7. Elke partij waarborgt dat, indien het een niet-rechterlijke beroepsinstantie betreft, hoger beroep bij een rechterlijke instantie mogelijk is of de regels inzake procesvoering bepalen dat: de aanbestedende dienst schriftelijk op het bezwaar reageert en alle relevante documenten aan de beroepsinstantie ter beschikking stelt; de partijen bij de procedure het recht hebben te worden gehoord alvorens de beroepsinstantie een beslissing neemt over het beroep; de partijen bij de procedure het recht hebben zich te laten vertegenwoordigen en vergezellen; de partijen bij de procedure toegang hebben tot alle zittingen in het kader van de procedure; de partijen bij de procedure het recht hebben te verzoeken dat de procedure in het openbaar plaatsvindt en dat getuigen mogen worden voorgesteld; en de beroepsinstantie haar beslissingen of aanbevelingen tijdig schriftelijk uitvaardigt en deze in alle gevallen van een motivering voorziet. 8. Elke partij stelt procedures in, of handhaaft deze, die voorzien in: snelle voorlopige maatregelen die de mogelijkheid van de leverancier om aan de aanbesteding deel te nemen in stand houden; en corrigerende maatregelen of compensatie voor het geleden verlies of de geleden schade, indien de beroepsinstantie heeft bepaald dat inbreuk of niet-nakoming als bedoeld in lid 1 heeft plaatsgevonden; deze corrigerende maatregelen of compensatie kunnen beperkt blijven tot de voor het opstellen van de inschrijving en/of het indienen van het bezwaar of beroep gemaakte kosten. 9. De in lid 8, onder a), bedoelde snelle voorlopige maatregelen kunnen aanleiding geven tot schorsing van de aanbestedingsprocedure. In de in lid 8 bedoelde procedures kan worden bepaald dat bij de beslissing over het al dan niet toepassen van dergelijke maatregelen rekening mag worden gehouden met mogelijke zware negatieve gevolgen voor de belangen die op het spel staan, waaronder het openbaar belang. De rechtmatige redenen om geen maatregelen te nemen, moeten schriftelijk worden aangegeven.

Rechtspraak bij dit artikel