Naar hoofdinhoud

TITEL III › HOOFDSTUK 9

Artikel 138

Definities

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2020

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: „grondstoffen”: substanties die worden gebruikt voor de vervaardiging van industrieproducten, met uitzondering van energiegoederen, verwerkte visserijproducten of landbouwproducten, maar met inbegrip van natuurlijke rubber, huiden en vellen, hout en houtpulp, zijde, wol, katoen en andere plantaardige producten voor de textielproductie; „energiegoederen”: op basis van het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen van de Werelddouaneorganisatie („GS”) en de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie: aardgas, vloeibaar aardgas, vloeibaar petroleumgas (LPG) (GS 27.11), elektriciteit (GS 27.16), ruwe olie en olieproducten (GS 27.09-27.10 en 27.13-27.15) en steenkool en andere vaste brandstoffen (GS 27.01-27.04); „vennootschap”: een rechtsentiteit die een commerciële organisatie is onder de jurisdictie of zeggenschap van een van de partijen, bijvoorbeeld, maar niet beperkt tot een kapitaalvennootschap, trust, personenvennootschap, joint venture of vereniging; „dienstverlener”: een dienstverlener zoals gedefinieerd in artikel 40, onder q); „maatregel”: een maatregel zoals gedefinieerd in artikel 40, onder a); „vervoer”: transmissie en distributie van energiegoederen via pijpleidingen voor olie en olieproducten en hogedruk-gaspijpleidingen, hoogspanningsnetwerken en -lijnen, spoorwegen, wegen en andere faciliteiten voor het vervoer van energiegoederen; „ongeoorloofde toe-eigening”: alle activiteiten bestaande in de wederrechtelijke toe-eigening van energiegoederen uit transmissiepijpleidingen voor olie en olieproducten en hogedruk-gaspijpleidingen, hoogspanningsnetwerken en -lijnen, spoorwegen, wegen en andere faciliteiten voor het vervoer van energiegoederen; „noodsituatie”: een situatie waardoor een aanzienlijke verstoring of een fysieke onderbreking van de levering van aardgas, olie of elektriciteit tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan wordt veroorzaakt, ook bij levering die via derde landen verloopt en bij een uitzonderlijk grote vraag naar energiegoederen binnen de Europese Unie of de Republiek Kazachstan, waarbij marktmaatregelen niet voldoende zijn en aanvullende niet op de markt gebaseerde maatregelen noodzakelijk zijn; „vereiste inzake plaatselijke inbreng”: voor goederen, het vereiste dat een onderneming goederen van binnenlandse oorsprong of herkomst koopt of gebruikt, ongeacht of daarbij wordt aangegeven om welke specifieke producten of hoeveelheid of waarde het gaat of een verband wordt gelegd met de omvang of de waarde van de plaatselijke productie; voor diensten, het vereiste dat de keuze van de dienstverlener of de geleverde dienst beperkt ten nadele van diensten of dienstverleners van de andere partij; „overheidsbedrijf”: een onderneming die betrokken is bij commerciële activiteiten en waarvan de centrale of subcentrale overheid van een partij, rechtstreeks of onrechtstreeks, in het bezit is van 50 % of meer van het geplaatste kapitaal of van de stemmen die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen; „rechtspersoon”: een rechtspersoon zoals gedefinieerd in artikel 40, onder d); „rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon van een partij zoals gedefinieerd in artikel 40, onder e).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel