Naar hoofdinhoud

TITEL III › HOOFDSTUK 9

Artikel 148

Samenwerking met betrekking tot grondstoffen en energiegoederen

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2020

1. Onverminderd de artikelen 204 tot en met 208 intensiveren de partijen hun samenwerking en bevorderen zij het wederzijds begrip op het gebied van de handel in grondstoffen en energiegoederen. 2. De partijen erkennen dat een gunstig klimaat voor buitenlandse directe investeringen in de productie van en handel in grondstoffen en energiegoederen het beste kan worden gecreëerd door de beginselen van transparantie en non-discriminatie te eerbiedigen en ervoor te zorgen dat de regels de handel niet verstoren. Meer algemeen bevordert een dergelijk klimaat een efficiënte toewijzing en benutting van grondstoffen en energiegoederen. 3. De samenwerking en de bevordering van wederzijds begrip hebben betrekking op bilaterale handelsvraagstukken, alsmede vraagstukken van wederzijds belang in verband met de internationale handel. Het kan daarbij gaan om handelsverstoringen die van invloed zijn op de wereldmarkt, milieu- en ontwikkelingsvraagstukken die specifiek verband houden met de handel in grondstoffen en energiegoederen alsmede maatschappelijk verantwoord ondernemen overeenkomstig internationaal erkende normen zoals de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen en de OESO-richtsnoeren inzake zorgvuldigheidseisen voor verantwoorde bevoorradingsketens van bodemschatten uit door conflicten getroffen gebieden en risicogebieden. De samenwerking en de bevordering van wederzijds begrip hebben betrekking op de uitwisseling van gegevens en informatie over de regelgeving inzake de grondstoffen- en energiesector. Dit betekent niet dat de partijen verplicht zijn gegevens te verstrekken waarvan openbaarmaking naar hun oordeel tegen hun respectieve veiligheidsbelangen indruist. 4. Elke partij kan een verzoek indienen tot het organiseren van een ad-hocvergadering over grondstoffen en energiegoederen of een ad-hocsessie daarover tijdens een vergadering van het Samenwerkingscomité. De bilaterale samenwerking kan daarnaast waar passend worden uitgebreid tot de relevante pluri- of multilaterale fora waaraan beide partijen deelnemen.

Rechtspraak bij dit artikel