Naar hoofdinhoud

TITEL III › HOOFDSTUK 14 › AFDELING 3 › ONDERAFDELING 2

Artikel 184

Redelijke termijn voor naleving

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2020

1. Indien onmiddellijke naleving niet mogelijk is, trachten de partijen overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen het eindverslag moet worden nageleefd. In dat geval stelt de partij waartegen de klacht is gericht, uiterlijk 30 dagen na ontvangst van het eindverslag van het arbitragepanel de klagende partij en het Samenwerkingscomité in kennis van de tijd die zij nodig heeft om het verslag na te kunnen leven („redelijke termijn”). 2. Indien de partijen geen overeenstemming bereiken over de duur van de redelijke termijn, kan de klagende partij binnen 20 dagen na de datum van ontvangst van de in lid 1 van dit artikel bedoelde kennisgeving het oorspronkelijk overeenkomstig artikel 177 ingestelde arbitragepanel („oorspronkelijke arbitragepanel”) schriftelijk verzoeken om een redelijke termijn vast te stellen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd aan de andere partij en aan het Samenwerkingscomité medegedeeld. Uiterlijk 20 dagen na ontvangst van het verzoek legt het arbitragepanel zijn verslag voor aan de partijen en aan het Samenwerkingscomité. 3. De partij waartegen de klacht is gericht, stelt de klagende partij schriftelijk in kennis van haar vorderingen met betrekking tot de naleving van het eindverslag van het arbitragepanel. Deze kennisgeving wordt schriftelijk gedaan, ten minste één maand voor afloop van de redelijke termijn. 4. De partijen kunnen de redelijke termijn in onderling overleg verlengen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel