Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Formulering van voorbehouden

Onderdeel van Verdrag inzake transparantie bij op een verdrag gebaseerde arbitrage tussen investeerders en staten· Arbitrage

1. Partijen kunnen te allen tijde voorbehouden maken, met uitzondering van voorbehouden ingevolge artikel 3, tweede lid. 2. Voorbehouden gemaakt op het tijdstip van ondertekening dienen ten tijde van de bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring te worden bevestigd. Dergelijke voorbehouden worden van kracht op het tijdstip waarop dit Verdrag voor de betrokken partij in werking treedt. 3. Voorbehouden gemaakt op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of toetreding tot dit Verdrag worden tegelijk van kracht met de inwerkingtreding van dit Verdrag ten aanzien van de betrokken partij. 4. Met uitzondering van voorbehouden gemaakt door een partij ingevolge artikel 3, tweede lid, die bij de nederlegging onmiddellijk van kracht worden, worden voorbehouden nedergelegd na de inwerkingtreding van het Verdrag twaalf maanden na de nederlegging ervan van kracht voor die partij. 5. Voorbehouden en de bevestiging ervan worden nedergelegd bij de depositaris. 6. Partijen die een voorbehoud maken uit hoofde van dit Verdrag kunnen dat te allen tijde intrekken. Deze intrekkingen dienen te worden nedergelegd bij de depositaris en worden bij de nederlegging van kracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel