Naar hoofdinhoud

DEEL I › HOOFDSTUK III

Artikel 18

Samenwerking op het gebied van concurrentie

Onderdeel van Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De partijen erkennen dat bepaalde zakelijke praktijken, zoals concurrentiebeperkende overeenkomsten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen en misbruik van machtsposities, de handel tussen de partijen kunnen beperken en daardoor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst in gevaar kunnen brengen. 2. De partijen komen overeen in overeenstemming met artikel 13, lid 6, samen te werken op het gebied van concurrentie. 3. De partijen kunnen overwegen in de toekomst onderhandelingen over concurrentie te openen, en de SADC-EPO-staten hebben de ambitie en zullen ernaar streven bij onderhandelingen als collectief op te treden. Als onderhandelingen worden begonnen, stemt de EU in met de opneming van bepalingen inzake samenwerking en speciale en gedifferentieerde behandeling. 4. Indien een partij bij deze overeenkomst geen partij is bij een toekomstige overeenkomst inzake concurrentie en tot die overeenkomst wenst toe te treden, kan zij onderhandelen over de voorwaarden voor toetreding daartoe. 5. Indien een overeenkomst die voortvloeit uit de in de leden 3 en 4 bedoelde onderhandelingen, leidt tot resultaten die onverenigbaar blijken met de toekomstige ontwikkeling van een regionaal kader van de SADC voor concurrentie, zullen de partijen bij de onderhavige overeenkomst gezamenlijk inspanningen doen om deze overeenkomst aan te passen en in overeenstemming te brengen met het regionale kader en tegelijkertijd zorgen voor een evenwichtige verdeling van de voordelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel