Naar hoofdinhoud

DEEL II › HOOFDSTUK I

Artikel 30

Speciale bepalingen over administratieve samenwerking

Onderdeel van Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De partijen zijn het erover eens dat administratieve samenwerking van essentieel belang is voor de toepassing van en de controle op de preferentiële behandeling die op grond van dit hoofdstuk wordt verleend, en benadrukken hun vastberadenheid om onregelmatigheden en fraude op het gebied van douane- en aanverwante aangelegenheden te bestrijden. 2. De partijen komen tevens overeen samen te werken teneinde ervoor te zorgen dat de nodige institutionele structuren de bevoegde autoriteiten in staat stellen tijdig en doeltreffend op verzoeken om bijstand te reageren. 3. Onverminderd artikel 9 van protocol 2 wordt voor de toepassing van dit artikel onder het niet verlenen van administratieve samenwerking onder meer verstaan: het herhaaldelijk niet nakomen van de in artikel 38 van protocol 1 neergelegde verplichting om de oorsprongsstatus van het betrokken product of de betrokken producten te controleren; het herhaaldelijk weigeren de in artikel 38 van protocol 1 bedoelde controle achteraf van het bewijs van oorsprong te verrichten en/of de resultaten daarvan mede te delen, of onnodige vertraging daarbij; het herhaaldelijk weigeren van toestemming voor de in artikel 7 van protocol 2 bedoelde missies in het kader van de administratieve samenwerking ter controle van de echtheid van documenten of de juistheid van gegevens die van belang zijn voor het verlenen van de betrokken preferentiële behandeling, of onnodige vertraging daarbij. 4. Voor de toepassing van dit artikel kunnen onregelmatigheden of fraude onder meer worden vastgesteld wanneer de invoer van goederen snel stijgt, zonder dat daarvoor een gegronde verklaring is, die invoer de gebruikelijke productie- en uitvoercapaciteit van de andere partij te boven gaat, en de stijging in verband kan worden gebracht met objectieve informatie betreffende onregelmatigheden of fraude. 5. Wanneer een partij op basis van objectieve informatie heeft vastgesteld dat geen administratieve samenwerking is verleend en/of dat zich onregelmatigheden of fraude hebben voorgedaan, kan de betrokken partij de desbetreffende preferentiële behandeling ten aanzien van het betrokken product of de betrokken producten en de specifieke oorsprong ervan in uitzonderlijke gevallen in overeenstemming met dit artikel tijdelijk schorsen. 6. Voor de toepassing van dit artikel worden onder uitzonderlijke omstandigheden verstaan omstandigheden die een aanzienlijk negatief effect op een partij hebben of kunnen hebben indien een bepaalde preferentiële behandeling ten aanzien van het betrokken product of de betrokken producten wordt voortgezet. 7. Voor een tijdelijke schorsing ingevolge lid 5 moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: de partij die op basis van objectieve informatie heeft vastgesteld dat geen administratieve samenwerking is verleend en/of dat zich onregelmatigheden of fraude hebben voorgedaan, stelt het Handels- en ontwikkelingscomité onverwijld in kennis van haar bevindingen en van de objectieve informatie, en treedt in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité op basis van alle relevante informatie en objectief vastgestelde bevindingen, informatie die verband houdt met capaciteits- en/of structurele beperkingen daaronder begrepen, in overleg om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden; wanneer het Handels- en ontwikkelingscomité de kwestie heeft onderzocht en niet binnen vier (4) maanden na ontvangst van de kennisgeving overeenstemming over een aanvaardbare oplossing heeft bereikt, kan de betrokken partij de desbetreffende preferentiële behandeling ten aanzien van het betrokken product of de betrokken producten en de specifieke oorsprong ervan tijdelijk schorsen. Het Handels- en ontwikkelingscomité wordt van de tijdelijke schorsing onverwijld in kennis gesteld. Op verzoek van een van de partijen kan de periode voor het bereiken van overeenstemming over een aanvaardbare oplossing om naar behoren gemotiveerde redenen worden verlengd tot vijf (5) maanden; tijdelijke schorsingen op grond van dit artikel blijven beperkt tot wat nodig is om de financiële belangen van de betrokken partij te beschermen. De schorsingen duren niet langer dan zes (6) maanden, waarna verlenging mogelijk is nadat het Handels- en ontwikkelingscomité in de gelegenheid is geweest de kwestie opnieuw te onderzoeken. Tijdelijke schorsingen worden onmiddellijk na goedkeuring ervan ter kennis van het Handels- en ontwikkelingscomité gebracht. Binnen het Handels- en ontwikkelingscomité vindt hierover periodiek overleg plaats, met name met het oog op opheffing van de schorsingen zodra niet langer aan de voorwaarden voor de schorsing wordt voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel