Naar hoofdinhoud

DEEL II › HOOFDSTUK II

Artikel 38

Vrijwaringsmaatregelen ter bescherming van opkomende industrieën

Onderdeel van Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Niettegenstaande artikel 34 kunnen Botswana, Lesotho, Namibië, Mozambique en Swaziland verdere verlagingen van het douanerecht tijdelijk schorsen of het douanerecht verhogen tot een niveau dat het meestbegunstigingsrecht niet overschrijdt, wanneer een product van oorsprong uit de EU als gevolg van de verlaging van de douanerechten in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden op hun grondgebied wordt ingevoerd dat dit een bedreiging vormt voor de vestiging van een opkomende industrie of dat hierdoor voor een opkomende industrie die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigt, verstoringen ontstaan of dreigen te ontstaan. 2. Vrijwaringsmaatregelen die overeenkomstig de voorwaarden van lid 1 worden vastgesteld door een SADC-EPO-staat die tevens een SACU-lidstaat is, hebben de vorm van aanvullende rechten die uitsluitend worden geheven door de SADC-EPO-staat die zich op deze bepaling beroept. 3. De in lid 1 bedoelde vrijwaringsmaatregelen kunnen voor een periode van niet meer dan acht (8) jaar worden toegepast en kunnen bij besluit van de Gezamenlijke Raad worden verlengd. 4. Wat betreft de toepassing van de leden 1 en 2 gelden de volgende bepalingen: wanneer een SADC-EPO-staat van oordeel is dat de in lid 1 bedoelde situatie zich voordoet, legt hij de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek voor aan het Handels- en ontwikkelingscomité. De betrokken SADC-EPO-staat verstrekt het Handels- en ontwikkelingscomité alle informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie; het Handels- en ontwikkelingscomité kan elke aanbeveling met het oog op het vinden van een aanvaardbare oplossing doen die nodig is om de situatie te verhelpen. Indien het Handels- en ontwikkelingscomité geen aanbevelingen heeft gedaan of indien er binnen dertig (30) dagen nadat de aangelegenheid aan het Handels- en ontwikkelingscomité werd voorgelegd geen andere bevredigende oplossing is bereikt, kan de betrokken SADC-EPO-staat overeenkomstig dit artikel maatregelen vaststellen; bij de toepassing van maatregelen krachtens lid 1 moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die de werking van deze overeenkomst zo min mogelijk verstoren, en alle krachtens dit artikel genomen maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van het Handels- en ontwikkelingscomité gebracht en zijn het voorwerp van periodiek overleg binnen dat comité. 5. In kritieke omstandigheden waarin uitstel tot moeilijk te herstellen schade zou leiden, kan de betrokken SADC-EPO-staat voorlopig de in lid 1 bedoelde maatregelen nemen zonder aan de eisen van lid 4 te voldoen. Deze maatregel heeft een maximale duur van tweehonderd (200) dagen. De duur van een dergelijke voorlopige maatregel wordt meegerekend als deel van de in lid 3 bedoelde periode. Bij de vaststelling van dergelijke voorlopige maatregelen wordt rekening gehouden met de belangen van alle betrokken partijen. De betrokken invoerende SADC-EPO-staat stelt de EU in kennis en legt de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek van deze voorlopige maatregel voor aan het Handels- en ontwikkelingscomité. 6. De SACU-lidstaten hebben het recht een beroep te doen op artikel 26 van de SACU-overeenkomst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel