Naar hoofdinhoud

DEEL II › HOOFDSTUK III

Artikel 40

Nationale behandeling op het gebied van interne belastingen en regelgeving

Onderdeel van Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De partijen erkennen dat interne belastingen en andere interne heffingen, alsmede wetten, verordeningen en voorschriften betreffende verkoop, aanbod ten verkoop, koop, vervoer, distributie of gebruik van producten op de interne markt, en interne kwantitatieve regelingen die menging, be- of verwerking of gebruik van producten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen voorschrijven, niet op zodanige wijze op ingevoerde of interne producten mogen worden toegepast dat bescherming aan de interne productie wordt verleend. 2. Ingevoerde producten van oorsprong uit de andere partij mogen noch direct noch indirect aan hogere interne belastingen of hogere andere interne heffingen van welke aard ook worden onderworpen dan die welke direct of indirect op soortgelijke interne producten van toepassing zijn. Bovendien mogen de partijen ook anderszins geen interne belastingen of andere interne heffingen op ingevoerde of interne producten toepassen op een wijze die in strijd is met de in lid 1 geformuleerde beginselen4)Een belasting die aan het bepaalde in de eerste zin van dit lid voldoet, zou alleen worden geacht onverenigbaar te zijn met het bepaalde in de tweede zin wanneer er sprake is van concurrentie tussen enerzijds het belaste product en anderzijds een rechtstreeks daarmee concurrerend of verwisselbaar product dat niet aan dezelfde belasting is onderworpen.. 3. Ingevoerde producten van oorsprong uit de andere partij mogen, wat betreft alle wetten, verordeningen en voorschriften betreffende verkoop, aanbod ten verkoop, koop, vervoer, distributie of gebruik op de interne markt, niet minder gunstig worden behandeld dan soortgelijke producten van nationale oorsprong. Het bepaalde in dit lid vormt geen beletsel voor de toepassing van differentiële interne vervoerstarieven die uitsluitend berusten op de economische exploitatie van het vervoermiddel en niet op de oorsprong van het product. 4. De partijen mogen geen interne kwantitatieve regelingen inzake menging, be- of verwerking of gebruik van producten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen invoeren of handhaven die direct of indirect vereisen dat een bepaalde hoeveelheid of verhouding van een onder de regeling vallend product uit interne bron afkomstig is. Bovendien mogen de partijen ook anderszins geen interne kwantitatieve regelingen toepassen op een wijze die in strijd is met de in lid 1 geformuleerde beginselen. 5. Interne kwantitatieve regelingen inzake menging, be- of verwerking of gebruik van producten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen mogen niet op zodanige wijze worden toegepast dat die hoeveelheden of verhoudingen over externe toevoerbronnen worden verdeeld. 6. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op wetten, verordeningen of voorschriften voor de aanschaffing door overheidsinstanties van producten die worden aangekocht voor overheidsdoeleinden en niet met het oog op commerciële wederverkoop of het gebruik bij de productie van goederen voor commerciële verkoop. 7. De bepalingen van dit artikel vormen geen beletsel voor de toekenning van subsidies aan uitsluitend interne producenten, met inbegrip van betalingen uit de opbrengsten van interne belastingen of heffingen die overeenkomstig de bepalingen van dit artikel worden toegepast en van subsidies in de vorm van aankopen van interne producten door de overheid. 8. De partijen erkennen dat interne prijsbeheersing door middel van vaststelling van maximumprijzen, zelfs indien deze in overeenstemming is met de andere bepalingen van dit artikel, nadelige gevolgen kan teweegbrengen voor de belangen van partijen die ingevoerde producten leveren. Bijgevolg dienen de partijen die dergelijke maatregelen toepassen rekening te houden met de belangen van de partijen van uitvoer teneinde deze nadelige gevolgen zoveel mogelijk te vermijden. 9. De bepalingen van dit artikel beletten een partij niet interne kwantitatieve regelingen die betrekking hebben op belichte cinematografische films en die voldoen aan de voorwaarden van artikel IV van de GATT 1947, in te stellen of in stand te houden.

Rechtspraak bij dit artikel