Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden voor overbrenging

Onderdeel van Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Dominicaanse Republiek· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 2021

1. Een gevonniste persoon kan overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag slechts onder de navolgende voorwaarden worden overgebracht: indien die persoon een onderdaan is van de Partij op wier grondgebied het vonnis ten uitvoer dient te worden gelegd; indien het vonnis onherroepelijk en voor tenuitvoerlegging vatbaar is; indien de gevonniste persoon, op het tijdstip van ontvangst van het verzoek, nog ten minste zes maanden van de veroordeling moet ondergaan; indien het handelen of het nalaten op grond waarvan de veroordeling werd uitgesproken een strafbaar feit oplevert naar het recht van de Staat van tenuitvoerlegging of een strafbaar feit zou opleveren indien dit op zijn grondgebied zou zijn gepleegd; indien de gevonniste persoon met de overbrenging instemt; indien de gevonniste persoon de bij vonnis opgelegde boete en schadeloosstelling heeft betaald. Dit is niet van toepassing op personen die naar behoren hebben aangetoond onvermogend te zijn; en indien de Staat van veroordeling en de Staat van tenuitvoerlegging instemmen met de overbrenging. 2. In uitzonderingsgevallen kunnen de Staat van veroordeling en de Staat van tenuitvoerlegging zich akkoord verklaren met de overbrenging, zelfs wanneer de duur van het nog door de gevonniste persoon te ondergane gedeelte van de veroordeling korter is dan die in het eerste lid, onderdeel c, is vermeld.

Rechtspraak bij dit artikel