Naar hoofdinhoud

TITEL III › HOOFDSTUK 1

Artikel 17

Gunstiger behandeling als gevolg van vrijhandelsovereenkomsten

Onderdeel van Tijdelijke Economische Partnerschapsovereenkomst tussen Ghana, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Wat de onder dit hoofdstuk vallende aangelegenheden betreft, kent de EG Ghana in voorkomend geval een gunstiger behandeling toe wanneer die toepasselijk wordt doordat de EG na de ondertekening van deze overeenkomst partij wordt bij een vrijhandelsovereenkomst met derde partijen. 2. Wat de onder dit hoofdstuk vallende aangelegenheden betreft, kent Ghana de EG in voorkomend geval een gunstiger behandeling toe wanneer die toepasselijk wordt doordat Ghana na de ondertekening van deze overeenkomst partij wordt bij een vrijhandelsovereenkomst met een belangrijke handelspartner. 3. Indien Ghana van een belangrijke handelspartner een aanzienlijk gunstiger behandeling verkrijgt dan die welke door de EG wordt aangeboden, besluiten de partijen in onderling overleg over de toepassing van lid 2. 4. De bepalingen van dit hoofdstuk worden niet zo uitgelegd dat de partijen verplicht zijn elkaar een preferentiële behandeling toe te kennen omdat een van hen op de datum van ondertekening van deze overeenkomst partij is bij een vrijhandelsovereenkomst met een derde partij. 5. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „vrijhandelsovereenkomst” verstaan een overeenkomst tot wezenlijke liberalisering van de handel en tot afschaffing van praktisch alle discriminerende situaties tussen de partijen door middel van de opheffing van bestaande discriminerende maatregelen en/of een verbod op nieuwe discriminerende maatregelen of op de aanscherping van bestaande discriminerende maatregelen, bij de inwerkingtreding van die overeenkomst of volgens een redelijk tijdschema. 6. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „belangrijke handelspartner” verstaan elk ontwikkeld land of elk land dat in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 2 bedoelde vrijhandelsovereenkomst een aandeel van meer dan 1% in de mondiale uitvoer van goederen had, of elke groep landen die individueel, collectief of via een vrijhandelsovereenkomst in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 2 bedoelde vrijhandelsovereenkomst een aandeel van meer dan 1,5% in de mondiale uitvoer van goederen had1)Voor deze berekening wordt gebruik gemaakt van officiële WTO-gegevens over leidende exporteurs van goederen in de wereldhandel in (met uitzondering van de intra-EU-handel)..

Rechtspraak bij dit artikel