**1.** De partijen erkennen dat kan worden bijgedragen tot de doelstelling van duurzame ontwikkeling door het bevorderen van elkaar wederzijds versterkend handels-, milieu en werkgelegenheidsbeleid, en verbinden zich er opnieuw toe de mondiale en bilaterale handel en investeringen te bevorderen met het oog op de verwezenlijking van die doelstelling.
**2.** De partijen erkennen het recht van elke partij om eigen niveaus van binnenlandse milieu- en arbeidsbescherming vast te stellen, en eigen relevante wetgeving en beleidsmaatregelen op dat punt aan te nemen of te wijzigen, overeenkomstig hun verbintenissen ten aanzien van internationaal erkende normen en overeenkomsten.
**3.** De partijen erkennen dat het niet gepast is handel of investeringen aan te moedigen door de beschermingsniveaus die in de binnenlandse milieu- en arbeidswetgeving worden geboden, te verlagen of een verlaging ervan in het vooruitzicht te stellen. De partijen erkennen dat het tevens niet gepast is om milieu- of arbeidswetgeving, of beleidsmaatregelen en praktijken op dit gebied, te gebruiken in het kader van handelsprotectionisme.
**4.** De partijen wisselen informatie en ervaringen uit over hun activiteiten ter bevordering van coherente en elkaar wederzijds versterkende handels-, sociale en milieudoelstellingen, met inbegrip van aspecten zoals maatschappelijk verantwoord ondernemen, milieuvriendelijke producten en diensten, klimaatvriendelijke producten en technologieën en programma’s om duurzaamheid te waarborgen, alsmede de overige aspecten als bedoeld in titel VIII, en voeren de dialoog en de samenwerking op inzake duurzame ontwikkelingskwesties die in het kader van de handelsbetrekkingen aan de orde kunnen komen.
TITEL IV
Artikel 25
Handel en duurzame ontwikkeling
Onderdeel van Partnerschapsovereenkomst op het gebied van betrekkingen en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Nieuw-Zeeland, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 21 juli 2022