Naar hoofdinhoud

TITEL IX

Artikel 54

Regelingen voor de tenuitvoerlegging en geschillenbeslechting

Onderdeel van Partnerschapsovereenkomst op het gebied van betrekkingen en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Nieuw-Zeeland, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 21 juli 2022

1. De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen. 2. Onverminderd het bepaalde in de leden 3 tot en met 8 van dit artikel, worden alle geschillen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van deze overeenkomst, uitsluitend via overleg tussen de partijen in de Gemengde Commissie opgelost. Om het geschil op te lossen, verstrekken de partijen de Gemengde Commissie alle relevante informatie die voor een grondig onderzoek van de kwestie noodzakelijk is. 3. De partijen benadrukken opnieuw hun sterke, wederzijdse gehechtheid aan de mensenrechten en non-proliferatie en komen overeen dat wanneer een partij van oordeel is dat de andere partij zich schuldig heeft gemaakt aan een bijzonder ernstige en zwaarwegende schending van een van de essentiële elementen als beschreven in artikel 2, lid 1, en artikel 8, lid 1, die een bedreiging vormt voor de internationale vrede en veiligheid zodat een onmiddellijke reactie vereist is, zij de andere partij onverwijld in kennis stelt van dit feit en van de passende maatregel(en) die zij voornemens is te nemen in het kader van deze overeenkomst. De kennisgevende partij adviseert de Gemengde Commissie over de noodzaak om dringend overleg over deze aangelegenheid te plegen. 4. Bovendien kan een bijzonder ernstige en zwaarwegende schending van de essentiële elementen een reden zijn voor passende maatregelen binnen het gemeenschappelijke institutionele kader als bedoeld in artikel 52, lid 1. 5. De Gemengde Commissie dient als forum voor dialoog en de partijen stellen alles in het werk om een minnelijke schikking te vinden in het onwaarschijnlijke geval dat zich een situatie als beschreven in lid 3 zou voordoen. Indien de Gemengde Commissie niet in staat blijkt een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden binnen 15 dagen na de aanvang van het overleg en uiterlijk 30 dagen na de datum van de kennisgeving als bedoeld in lid 3, wordt de kwestie doorverwezen voor overleg op ministerieel niveau, voor een verdere periode van maximaal 15 dagen. 6. Indien binnen 15 dagen na de aanvang van het overleg op ministerieel niveau en uiterlijk 45 dagen na de datum van kennisgeving geen wederzijds aanvaardbare oplossing wordt gevonden, kan de kennisgevende partij besluiten passende maatregelen te nemen als kennisgegeven overeenkomstig lid 3. Het besluit tot opschorting wordt in de Unie met eenparigheid van stemmen genomen. In Nieuw-Zeeland wordt het besluit tot opschorting door de regering van Nieuw-Zeeland overeenkomstig zijn wet- en regelgeving genomen. 7. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „passende maatregelen” verstaan: de gedeeltelijke opschorting, de volledige opschorting of de beëindiging van deze overeenkomst, dan wel, in voorkomend geval, van een andere specifieke overeenkomst die deel uitmaakt van het gemeenschappelijke institutionele kader als bedoeld in artikel 52, lid 1, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van een dergelijke overeenkomst. De door een partij genomen passende maatregelen met het oog op de gedeeltelijke opschorting van deze overeenkomst zijn alleen van toepassing op de bepalingen van de titels I tot en met VIII. Bij de keuze van de passende maatregelen moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die de betrekkingen tussen de partijen het minst verstoren. Deze maatregelen, die onder artikel 52, lid 2, vallen, moeten in verhouding staan tot de schending van de verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst en in overeenstemming zijn met het internationaal recht. 8. De partijen zien nauwlettend toe op de ontwikkeling van de situatie die tot de maatregelen op grond van dit artikel heeft geleid. De partij die de passende maatregelen neemt, trekt deze in, zodra dit gerechtvaardigd is, en in elk geval zodra de redenen die aanleiding gaven tot toepassing ervan, niet meer bestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel