**1.** De partijen herhalen dat zij vastbesloten zijn om aan de noden van de huidige generatie tegemoet te komen zonder daarbij de noden van toekomstige generaties op het spel te zetten. Zij erkennen dat duurzame economische groei op lange termijn enkel mogelijk is wanneer de beginselen van duurzame ontwikkeling in acht worden genomen.
**2.** De partijen blijven het verantwoordelijk en efficiënt gebruik van hulpbronnen bevorderen en de economische en sociale kosten van milieuschade en de gevolgen daarvan voor het welzijn van de mens onder de aandacht brengen.
**3.** De partijen blijven door middel van dialoog, de uitwisseling van beste praktijken, goed bestuur en goed financieel beheer de inspanningen ter bevordering van duurzame ontwikkeling aanmoedigen.
**4.** De partijen hebben een gemeenschappelijk doel in het bestrijden van armoede en het ondersteunen van wereldwijde inclusieve groei, en zij streven ernaar om, voor zover mogelijk, samen te werken om deze doelstelling te verwezenlijken.
**5.** Hiertoe stellen de partijen regelmatig een beleidsdialoog over ontwikkelingssamenwerking in om beleidscoördinatie met betrekking tot belangrijke gemeenschappelijke kwesties te verbeteren en overeenkomstig de internationaal aanvaarde beginselen inzake doeltreffendheid van ontwikkelingshulp de kwaliteit en doeltreffendheid van hun ontwikkelingssamenwerking te verbeteren. De partijen werken samen om de verantwoordingsplicht en transparantie te versterken, waarbij de nadruk ligt op de verbetering van ontwikkelingsresultaten, en zij erkennen dat een grote verscheidenheid aan actoren, waaronder de particuliere sector en het maatschappelijk middenveld, moet worden betrokken bij ontwikkelingssamenwerking.
**6.** De partijen erkennen het belang van de energiesector voor economische welvaart, internationale vrede en stabiliteit. Zij zijn het eens over het feit dat de energiebevoorrading moet worden verbeterd en gediversifieerd, innovatie moet worden bevorderd en energie-efficiëntie moet worden verhoogd om de energiemogelijkheden, energiezekerheid en duurzame en betaalbare energie te versterken. De partijen onderhouden een dialoog op hoog niveau over energie en blijven langs bilaterale en multilaterale weg samenwerken om open en concurrerende markten te ondersteunen, beste praktijken te delen, transparante, wetenschappelijk onderbouwde regelgeving te bevorderen en te bespreken aan welke energievraagstukken kan worden samengewerkt.
**7.** De partijen hechten groot belang aan de bescherming en het behoud van het milieu en erkennen dat strenge normen inzake milieubescherming nodig zijn om het milieu voor toekomstige generaties te beschermen.
**8.** De partijen erkennen de mondiale dreiging van klimaatverandering en de noodzaak om onmiddellijke en verdere actie te ondernemen om emissies te verminderen, teneinde de concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer te stabiliseren op een niveau waarbij gevaarlijke antropogene verstoring van het klimaatsysteem wordt voorkomen. Zij hebben met name een gezamenlijke ambitie om innovatieve oplossingen te vinden om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen en in dat verband de nodige aanpassingen door te voeren. De partijen erkennen het mondiale karakter van het probleem en blijven in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) – dat op beide partijen van toepassing is – internationale inspanningen voor een billijk, doeltreffend, uitgebreid en op regels gebaseerd stelsel ondersteunen, waarbij zij eveneens samenwerken om het Verdrag van Parijs voortgang te doen vinden.
**9.** De partijen onderhouden dialogen op hoog niveau over het milieu en de klimaatverandering om beste praktijken te delen en doeltreffende en inclusieve samenwerking op het vlak van klimaatverandering en andere kwesties inzake milieubescherming te bevorderen.
**10.** De partijen erkennen het belang van dialoog en samenwerking op bilateraal of multilateraal niveau op het gebied van werkgelegenheid, sociale zaken en fatsoenlijk werk, met name in de context van globalisering en demografische veranderingen. De partijen streven naar bevordering van samenwerking en uitwisseling van informatie en ervaringen inzake werkgelegenheid en sociale aangelegenheden. De partijen bevestigen bovendien dat zij streven naar eerbiediging, bevordering en toepassing van de internationaal erkende arbeidsnormen, waartoe zij zich hebben verbonden, zoals de arbeidsnormen die zijn neergelegd in de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) van 1998 inzake de fundamentele principes en rechten met betrekking tot werk en de vervolgen daarop.
TITEL IV
Artikel 12
Duurzame ontwikkeling
Onderdeel van Strategische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds· Financieel en economisch recht