Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Meldingen en kennisgevingen in het Gebied

Onderdeel van Verdrag inzake de bescherming van het cultureel erfgoed onder water· Cultureel recht

1. Alle staten die partij zijn, zijn verantwoordelijk voor de bescherming van cultureel erfgoed onder water in het Gebied in overeenstemming met dit Verdrag en artikel 149 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee. Wanneer een onderdaan of een vaartuig dat vaart onder de vlag van een staat die partij is cultureel erfgoed onder water in het Gebied ontdekt of van plan is er activiteiten te verrichten gericht op dat erfgoed, eist de staat die partij is derhalve dat zijn onderdaan of de kapitein van het vaartuig deze vondst of activiteit aan hem meldt; 2. Staten die partij zijn stellen de Directeur-Generaal en de Secretaris-Generaal van de Internationale Zeebodemautoriteit in kennis van de aan hen gemelde vondsten of activiteiten. 3. De Directeur-Generaal stelt de door de staten die partij zijn verstrekte informatie onverwijld beschikbaar aan alle staten die partij zijn. 4. Elke staat die partij is kan aan de Directeur-Generaal kenbaar maken dat hij geconsulteerd wenst te worden over de wijze waarop de effectieve bescherming van dit cultureel erfgoed onder water gewaarborgd kan worden. Een dergelijke verklaring dient gebaseerd te zijn op een verifieerbare band met het desbetreffende cultureel erfgoed onder water, waarbij met name rekening wordt gehouden met de voorkeursrechten van staten die het culturele, historische of archeologische herkomstland zijn van het desbetreffende erfgoed.

Rechtspraak bij dit artikel