Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK TIEN

Artikel 10.8

Dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep

Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Overeenkomstig bijlage 10-E staat elke partij de tijdelijke toelating en het tijdelijke verblijf toe van dienstverleners op contractbasis uit de andere partij, onder de volgende voorwaarden: de natuurlijke personen moeten voor het verlenen van een dienst tijdelijk zijn aangetrokken als werknemer van een onderneming die een dienstencontract heeft gesloten voor een periode van maximaal twaalf maanden. Indien het dienstencontract een looptijd heeft van meer dan twaalf maanden, dan zijn de verbintenissen van dit hoofdstuk alleen van toepassing gedurende de eerste twaalf maanden van het contract; de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, moeten direct voorafgaand aan de datum waarop het verzoek om toegang tot dat grondgebied wordt ingediend, bedoelde diensten al ten minste een jaar lang als werknemer van de onderneming die de diensten verleent, hebben verricht; bovendien moeten zij op die datum al ten minste drie jaar beroepservaring18)De beroepservaring moet zijn verkregen na het bereiken van de meerderjarigheid. hebben in de activiteitensector waarop het contract betrekking heeft; de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, moeten hebben behaald of in het bezit zijn van: een universitaire graad of een kwalificatie waaruit kennis op een gelijkwaardig niveau blijkt;19)Wanneer de graad of de kwalificatie niet is verkregen in de partij waar de dienst wordt verleend, kan die partij beoordelen of deze gelijkwaardig is aan een op haar grondgebied vereiste universitaire graad. De partijen passen bijlage 10-C, onverminderd de voorbehouden in bijlage 10-E, toe bij de beoordeling of er sprake is van dergelijke gelijkwaardigheid. en de beroepskwalificaties die de wet- of regelgeving van de partij waar de dienst wordt verleend eventueel voorschrijft voor het uitoefenen van de desbetreffende activiteit; de natuurlijke personen ontvangen geen andere beloning voor het verlenen van diensten dan die welke wordt betaald door de onderneming waarvoor zij als dienstverleners op contractbasis gedurende hun verblijf op het grondgebied van de andere partij werken; de tijdelijke toelating en het tijdelijke verblijf waarvoor krachtens dit artikel toestemming is verleend, hebben enkel betrekking op het verrichten van een dienst die het voorwerp is van het contract. Het recht gebruik te maken van de beroepstitel van de partij waar de dienst wordt verleend kan worden toegekend, zoals voorgeschreven, door de bevoegde autoriteit, zoals omschreven in artikel 11.1 (Definities), door middel van een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning („MRA”) of anderszins; en het dienstencontract moet in overeenstemming zijn met de wet- en regelgeving en andere juridische vereisten van de partij waar het contract wordt uitgevoerd.20)Voor alle duidelijkheid: de natuurlijke persoon moet door de onderneming tewerk zijn gesteld voor de nakoming van het dienstencontract op grond waarvan tijdelijke toelating wordt aangevraagd. 2. Overeenkomstig bijlage 10-E staat elke partij de tijdelijke toelating en het tijdelijke verblijf toe van beoefenaars van een vrij beroep uit de andere partij, onder de volgende voorwaarden: de natuurlijke personen moeten voor het verlenen van een dienst tijdelijk arbeidsprestaties leveren als op het grondgebied van de andere partij gevestigde zelfstandige, en een dienstencontract hebben gesloten voor een periode van maximaal twaalf maanden. Indien het dienstencontract een looptijd heeft van meer dan twaalf maanden, dan zijn de verbintenissen van dit hoofdstuk alleen van toepassing gedurende de eerste twaalf maanden van het contract; de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, moeten op de datum van indiening van een verzoek om toegang tot dat grondgebied ten minste zes jaar beroepservaring hebben in de activiteitensector waarop het contract betrekking heeft; de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, moeten hebben behaald of in het bezit zijn van: een universitaire graad of een kwalificatie waaruit kennis op een gelijkwaardig niveau blijkt;21)Wanneer de graad of de kwalificatie niet is verkregen in de partij waar de dienst wordt verleend, kan die partij beoordelen of deze gelijkwaardig is aan een op haar grondgebied vereiste universitaire graad. De partijen passen bijlage 10-C, onverminderd de voorbehouden in bijlage 10-E, toe bij de beoordeling of er sprake is van dergelijke gelijkwaardigheid. en de beroepskwalificaties die de wet- of regelgeving van de partij waar de dienst wordt verleend eventueel voorschrijft voor het verlenen van de desbetreffende activiteit; de tijdelijke toelating en het tijdelijke verblijf waarvoor krachtens dit artikel toestemming is verleend, hebben enkel betrekking op het verlenen van een dienst die het voorwerp is van het contract. Het recht gebruik te maken van de beroepstitel van de partij waar de dienst wordt verleend kan worden toegekend, zoals voorgeschreven, door de bevoegde autoriteit, zoals omschreven in artikel 11.1 (Definities), door middel van een MRA of anderszins; en het dienstencontract moet in overeenstemming zijn met de wet- en regelgeving en andere juridische vereisten van de partij waar het contract wordt uitgevoerd. 3. Tenzij anders aangegeven in bijlage 10-E, onthoudt elke partij zich ervan om ten aanzien van het totale aantal dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep aan wie tijdelijke toelating wordt toegestaan, beperkingen in de vorm van kwantitatieve beperkingen of van een onderzoek naar de economische behoefte in te stellen of in stand te houden. 4. De duur van het verblijf van dienstverleners op contractbasis of beoefenaars van een vrij beroep bedraagt cumulatief niet meer dan 12 maanden, met mogelijkheid van verlenging naar keuze van de partij, binnen een periode van 24 maanden dan wel voor de duur van het contract indien dit een kortere looptijd heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel